woensdag 24 september 2008

Nieuwe media en het auteursrecht - Een plenair debat

Reflectie op het leiden van een debat

Afgelopen week vond het eerste door studenten geleide debat in de werkgroep plaats. Dit werd georganiseerd en geleid door vijf studenten, waaronder ikzelf. In deze post zal ik ingaan op de voorbereiding, de taakverdeling, de uitvoer en de evaluatie van dit debat.

De Voorbereiding
Bij het verdelen van de groepen werd duidelijk dat er samengewerkt zou gaan worden met Marlies Meilof, Michiel de Vries, Erik de Wild en Sebastiaan van Zanten. Een lekker spraakzaam gezelschap, dus dat zou wel goedkomen. Dinsdag na het hoorcollege zijn we bij elkaar gekomen en hebben we onze stellingen op tafel gegooid. Al snel bleek dat de meeste stellingen niet leidden tot verdeeldheid; iedereen was voor of iedereen was tegen. Na enig gepuzzel kwamen er toch drie bediscussieerbare stellingen bovendrijven, te weten:

De oplossing voor het piracyprobleem ligt in het toevoegen van waarde aan een legaal verkregen kopie
Het papier gaat de CD achterna
Er moet betaald worden voor mediagebruik in plaats van voor bezit

Over deze drie stellingen was in ieder geval discussie binnen onze groep, dus leken ze geschikt voor het debat. Volgende agendapunt was de taakverdeling. Ik werd tot voorzitter gebombardeerd aangezien ik de meeste know-how over het onderwerp leek te hebben. De overige leden werden verdeeld in voor en tegen en we besloten de werkgroep al voor het debat in tweeën te verdelen. Eén helft zou steeds voor zijn, de andere tegen. Dit leek ons een goede oefening in het inleven in andermans standpunt. Donderdag de volgende afspraak voor een deel van het groepje. Die ochtend werden draaiboek en powerpoint gefabriceerd en vervolgens vertrokken we naar University College.

De Uitvoering
Na de pauze mochten we dan eindelijk ‘los’. Nadat ik een korte inleiding had gegeven kon de discussie beginnen. Na twee minuten bedenktijd mochten ‘de experts’ van beide kanten in één minuut toelichten waarom ze voor of tegen waren. Hierna was de discussie open voor de hele zaal. Bij de eerste stelling waren het vooral onze groepsleden die aan het woord waren. Er werden punten gemaakt, maar de discussie verzandde regelmatig in het uitmelken van voorbeelden terwijl de principiële argumenten vervolgens niet meer behandeld werden. Daarnaast miste ik van de voorstanders het argument dat er nog wel degelijk exclusieve extra’s bestaan. Deze zullen echter wel een niet-digitale vorm moeten hebben (t-shirts, concertkaartjes). Na deze eerste discussie werd er meteen geëvalueerd, waarbij de algemene kritiek was dat de groepen niet wisten welke kant ze op moesten met het debat. Daarom werd besloten bij de tweede stelling één van de twee voorbbereidingsminuten te besteden aan het overleggen over de richting van de argumentatie.

In de tweede discussie was het effect van deze ingreep duidelijk, er zat meer richting in het debat en men sprong minder van de hak op de tak. De voorstanders bleven hameren op de technische voordelen van het elektronisch distribueren en consumeren van literatuur terwijl de tegenstanders zich concentreerden op het gebruiksgemak van papier. In deze discussie miste ik de argumentatie dat het stoffelijke van een boek de waarde bepaald en een volle boekenkast een statussymbool is, dit in tegenstelling tot een e-Reader. Ook in de evaluatie van deze discussie hamerde Thomas vooral op het gebrek aan lijn in de argumentatie van de verschillende kampen. Het is volgens hem vaak zo dat de partijen het toch niet eens worden. De onpartijdige toeschouwer wordt overtuigd door de argumentatielijn die het best is neergezet. De derde stelling is helaas niet meer aan de orde gekomen.

Over de moderator (mijn persoontje) was de groep tevreden, al werd ik soms als betuttelend ervaren en soms als te weinig sturend. De afweging om een bepaald argument al dan niet in te brengen vind ik nog erg moeilijk. Aan de ene kant moeten alle argumenten aan bod komen in een discussie, maar aan de andere kant wil ik als gespreksleider niet partijdig overkomen.

De Evaluatie
Tijdens de evaluatie na het college zijn we met ons groepje tot enkele conclusies gekomen. Onze goede en slechte punten komen hieronder aan bod.

Ten eerste is gebleken dat onze opstelling niet goed was. De groepsleden stonden achter de andere studenten, wat leidde tot een gebrek aan interactiviteit. De groepsleden hadden moeten zitten of iedereen had moeten staan. Waarschijnlijk had de laatste optie tot de meeste discussie geleid. We waren wel tevreden over de beslissing om de experts eerst te laten spreken, aangezien op deze manier een rode lijn kan worden uitgezet. Ook waren we tevreden over de rigide verdeling van de groep in voor en tegen. Dat sommigen enigszins verontwaardigd waren is alleen maar een teken dat het een goede oefening is in het completer voorbereiden van een discussie.

Over de inhoud van de discussies waren we behoorlijk tevreden. Er werden open argumenten gebruikt en de discussies waren behoorlijk in balans. Ook de participatie vanuit de werkgroep was volgens ons voldoende. Minder was dat sommige argumenten niet aan de orde zijn gekomen en er soms wat diepgang miste. Daarnaast werd er af en toe te lang gediscussieerd over voorbeelden terwijl het om principiële meningsverschillen zou moeten gaan.

Ten slotte wil ik nog even op mijn eigen rol ingaan. Ik ben redelijk tevreden over mijn inbreng. Naar mijn mening heb ik op de juiste momenten beurten gegeven en zoveel mogelijk iedereen zijn of haar zegje laten doen. De orde en samenhang in de discussie waren dan ook geen probleem. De volgende keer zal ik echter zeker moeten verbeteren. De stellingen moeten strakker worden ingeleid, zodat de discussie specifieker kan zijn. Daarnaast kan ik me als voorzitter meer bemoeien met de richting van het debat door te resumeren en daarbij de aandacht op bepaalde argumenten te vestigen.

Resumerend wil ik dan ook zeggen dat het eerste groepsdebat een stimulerende en leerzame ervaring was. Ik ben benieuwd hoe de andere groepen gaan variëren in de opzet van hun debat en heb nu al zin om weer gewoon een debater te zijn.

De powerpoint van ons debat is hier te vinden.

Digitale Televisie - De VPRO vs. Van Vliet?

Deze week is het thema Nieuwe Media en Televisie. Er werd een presentatie gegeven door Sanne Smeets en Maaike Rijpstra van Holland Doc, het digitale documentairekanaal van de VPRO. Daarnaast stond de tekst Where Television and Internet meet… (pdf) van Harry van Vliet op het programma. Ik zal proberen om tekst en presentatie met elkaar te verbinden waar dat mogelijk is, al stamt de tekst uit 2002 waardoor de inhoud nogal achterhaald is. Ik zal mij in deze post vooral concentreren op de digitale televisie, en minder ingaan op rechtenkwesties en dergelijke.

De auteurs
Zoals gezegd werken Sanne Smeets en Maaike Rijpstra voor de VPRO, het is dan ook logisch dat ze daar eerst wat over vertelden. De VPRO wil nieuwe media gebruiken om te interacteren met het publiek. Vervolgens verschoof de focus naar Holland Doc. Harry van Vliet heeft opleidingen psychologie en film- en televisiewetenschappen gevolgd en is momenteel lector aan de Hogeschool Utrecht en werkt voor het Telematica Instituut in Enschede.

Holland Doc
Holland Doc is een digitaal thema-kanaal van de VPRO. De 'zender' richt zich volledig op documentaires, die op verschillende manieren worden verspreid. Zo wordt er uitgezonden via het open net op TV en radio, wordt er streaming content aangeboden via de website en is er een YouTubekanaal. Tenslotte is er het digitale kanaal dat via de verschillende aanbieders van digitale TV kan worden ontvangen.

Digitale Televisie
Digitale televisie heeft een aantal duidelijke voordelen ten opzichte van traditionele televisie. Ten eerste is het aantal aangeboden kanalen veel groter. Daarnaast is ook de interactie met kijkers makkelijker door ingebouwde feedbacksystemen. Ook de mogelijkheid om on-demand programma's te kijken is een voordeel voor de kijker, evenals het vereenvoudigde opnemen van programma's. Het belangrijkste gevolg volgens Van Vliet is de verandering van de content die plaats zal moeten vinden om aan de digitale verwachtingen te voldoen. Daarnaast stelt hij dat het simultane aspect van televisie verloren zal gaan door on-demand kijken. Nadelen zijn er echter ook. Zo zijn er hogere kosten verbonden aan de settop box en het digitale abonnement. Bovendien is voor elk televisietoestel een aparte decoder vereist. Van Vliet stelt dat daarna de kosten van programmaproductie sterk zullen stijgen wanneer de interactiviteit ervan vergroot moet worden.

De digitale kanalen hebben volgens Smeets en Rijpstra de nodige gevolgen voor het televisiebestel. Zo zullen kanalen niet langer worden gevuld door één omroep maar worden ingericht op thema. Van Vliet is het hier met ze eens.

Televisie vs. Internet?
Het is belangrijk om te beseffen dat digitale televisie zich ergens tussen de computer en de televisie ontwikkelt. De televisie wordt steeds persoonlijker, terwijl de computer een steeds rijkere media-ervaring aanbiedt. De verwachting is dat er uiteindelijk weinig verschil zal zijn tussen de computer en de televisie (de moderne decoder is in wezen al een computer).

Vereisten voor slagen Digitale Televisie
Er moet volgens Van Vliet meer gebeuren dan slechts beeld- en geluidskwaliteit verbeteren, aangezien televisie meer wordt gekeken om de inhoud dan om de beeldkwaliteit. Er moet dus gebruik gemaakt worden van het digitale platform door zaken als een persoonlijke gids en VoIP aan te bieden. Daarnaast stelt Van Vliet dat het niet alleen gaat om de features, maar vooral om de usability van de settop boxes.

Interactiviteit
Volgens Van Vliet is zappen de eerste vorm van interactiviteit, en is de meest extreme vorm het bepalen hoe een programma verloopt. Interactiviteit moeten we volgens mij zien als de mogelijkheid van de kijker om in te grijpen. het gaat hier ook om de 'strijd' tussen on-demand en traditionele programmering. De interactiviteit kan worden ingezet om een persoonlijke programmering te maken, maar kan ook helpen bij het creëren van een persoonlijke gids.

Rechten

Het is duidelijk dat het auteursrecht een belangrijke rol speelt in het digitale-televisie discourse. Nu de reikwijdte van uitzendingen niet langer beprekt wordt door de antenne die ze uitzendt moet er explicieter rekening worden gehouden met de beperkingen van licenties op geografisch gebied. De meeste streams zijn dan ook maar in één land te kijken. Als we kijken naar het budget dat Holland Doc heeft per documentaire (€ 230) is dat ook niet zo gek. Smeets en Rijpstra gingen dan ook in op het Creative Commons initiatief, dat Holland Doc in staat zou kunnen stellen meer en beter uit te zenden.

Van Vliet Gedateerd?

Het is duidelijk te merken dat de tekst van Van Vliet al in 2002 werd geschreven. Beperkingen zoals de beschikbaarheid van een 'return-path' naar de aanbieder zijn momenteel niet meer aan de orde. Hij heeft wel goed gezien dat de inhoud van het internet zou verschuiven van tekst en plaatjes naar rijke media-content. Hierbij had Van Vliet echter ook kunnen voorzien dat de bandbreedte ook toe zou nemen, evenals buffertechnieken. Het is interessant dat Van Vliet de Home Media Server voorspelt, een concept dat met de introductie van Windows Home Server in enkele huizen is doorgedrongen.

Conclusie

Na het lezen van de tekst en het luisteren naar Smeets en Rijpstra is het duidelijk dat het debat over digitale televisie nog lang niet afgelopen is. Sommige standpunten van Van Vliet getuigen achteraf van een vooruitziende blik terwijl andere de tand des tijds niet zonder schade hebben doorstaan. Ik vond de dames van de VPRO bij het beantwoorden van vragen wel erg gericht op hun eigen standpunt, daarom heb ik die vragen hier ook niet weergegeven.

vrijdag 19 september 2008

Zoekverslag Nieuwe Media en Auteursrecht

Dit zoekverslag is geschreven door Erik de Wild en Sebastiaan van Zanten. Ik heb me zelf met het zoeken naar bronnen niet echt bezig gehouden aangezien ik verantwoordelijk was voor het voorzitterschap en de slides voor de presentatie.

Hieronder zullen de bronnen worden besproken die zijn opgezocht/gebruikt bij het debat van week 2: Internet en Auteursrecht. De bronnen zijn vooral gebruikt om het debat vorm te geven, en een enkeling is gebruikt in het debat zelf. Het zoeken vond vooral via www.google.com plaats. Zoektermen die gebruikt zijn waren onder andere: piracy, nin, brein, (legale)kopie, auteursrecht etc.

De bronnen zijn per stelling verdeeld in alfabetische volgorde om deze zo te kunnen koppelen aan de verschillende stellingen.

Stelling 1: De oplossing voor het piracy probleem ligt in het toevoegen van waarde aan een legaal verkregen kopie.
http://www.edge-online.com/blogs/the-gamers-bill-rights
In zijn blog bespreekt Brad Wardell de zogenaamde ‘Gamers Bill of Rights waarin bepaalde rechten van gamers worden besproken. Dit zijn eigenlijk meer behoeften van gamers die gewoon een game willen spelen en niet onderbroken willen worden door buggs, updates of niet afgemaakte software. Dit is vaak alleen te bereiken door betaalde games te spelen zodat developers meer middelen hebben om de games af te maken. Aan de andere kant willen gamers geen last meer hebben van vervelende kopieerbeveiligingen en ‘no-return policies’; ze willen als betalende consumenten niet behandeld worden als criminelen. Dit artikel kan helpen te bevestigen dat het niet bevredigen van de behoeften van de consument of zelfs het dwarsbomen van een consument negatieve gevolgen kan hebben voor het product.

http://games.slashdot.org/article.pl?sid=08/09/09/0053229
Dit artikel gaat, naar aanleiding van het artikel op Edge-Online, verder in gesprek met Wardell. Hij krijgt de kans om zijn standpunt(en) uit te leggen en voorbeelden te geven. Hierin noemt hij een aantal voorbeelden die goed gebruikt kunnen worden waarbij een van de grootste bedrijven in de ict branche, Microsoft, zelf ook voorstander zijn van oplossingen die hij noemt. Deze toezegging kan als argument gebruikt worden dat de industrie zelf ook op zoek is naar alternatieven om piracy op een positieve manier te bestrijden.

www.nineinchnails.com
Een goed voorbeeld van een werkend concept waarbij mensen zelf kunnen kiezen of ze willen betalen voor een legale kopie of niet, en zo ja, in welke mate. Bij het nieuwe album van de band ‘Nine Inch Nails’ konden fans via de internetsite een deel van het album gratis krijgen tot een speciale editie met veel extra’s ter waarde van 300 Dollar. Door deze verdeling is het voor fans mogelijk om te kiezen tussen een gratis (maar niet volledige kopie) tot een echt album met extra’s. Dit voorbeeld kan helpen beargumenteren dat er wel degelijk een markt is voor legale kopieën met extra toegevoegde waarde.

woensdag 17 september 2008

Kuik vs. Diesen - Brein vs. Brai

Het is dinsdagochtend (heel) vroeg en tijd voor het eerste gastcollege. Tim Kuik komt zijn traditionele anti-piracytoespraak houden (inderdaad, ik volg dit vak voor de tweede keer) en Michiel van Diesen mag tegenwicht bieden aan het opperhoofd van Brein. Het relaas van dhr. Kuik spitste zich toe op de volgende stelling
Het is immoreel om geld te verdienen met behulp van producten waar anderen de rechten op bezitten.
Tegen deze stelling is weinig in te brengen. Dhr. Kuik onderbouwt zijn stelling door uit te leggen hoe de mensen achter torrentsites (het meest recente doelwit van Brein) miljoenen aan advertentie-inkomsten binnenkrijgen. Er volgt een uiteenzetting van de mogelijkheden die sitebeheerders hebben om aangeboden content te screenen zodat 'illegale' content geweerd kan worden.

Na dhr. Kuik komt de voor mij onbekendere Michiel van Diesen aan het woord. Van Diesen werkt voor Veronica als Business Analist in het Medialab. Hij houdt zich onder andere bezig met het ontwikkelen van nieuwe manieren om content aan te bieden met behulp van nieuwe media. Vanuit deze functie volgt hij de ontwikkelingen op filesharing-gebied dan ook op de voet. Volgens hem ligt de oplossing van het filesharing-probleem bij de rechthebbenden en niet bij de ge- en misbruikers. Zijn eerste stelling is:
De platenmaatschappijn zijn veel te bang waar het verspreidingsinitiatieven in de digitale ruimte betreft.
Deze stelling licht Van Diesen toe aan de hand van concrete voorbeelden. Zo is het runnen van een internetradiostation onmogelijk door de vergoeding die de rechthebbenden verlangen per uur per luisteraar. Ook snapt hij niet waarom de media-industrie dan niet zelf de miljoenen binnenhaalt als de torrentsites dat kunnen. Tenslotte neemt Van Diesen de media-industrie kwalijk dat ze de legale gebruikers straffen voor de kwade daden van de misbruikers. Zijn conclusie was dan ook:
De entertainmentindustrie heeft niet zozeer last van piraterij, maar van een gebrek aan innovatie. Om te overleven moeten platen- en filmmaatschappijen daarom zo snel mogelijk – samen met marktpartijen – innoveren.
Q & A
Na de twee monologen is het tijd voor discussie vanuit de zaal. Er worden enkele interessante vragen gesteld, in eerste instantie aan dhr. Kuik. Zo is er de vraag of de teruglopende inkomsten wel geweten kunnen worden aan het downloaden, terwijl ook de concurrentie om het besteedbaar inkomen enorm is toegenomen (kosten voor internet en mobiel bellen bijvoorbeeld). Kuik stelt dat er inderdaad meer concurrentie was maar gaat vervolgens weer zijn hele verhaal afsteken. Ook word nog gevraagd waarom Brein de rol van handhaver op zich genomen heeft. Kuik maakt duidelijk dat dat te maken heeft met het feit dat de overheid dit niet gaat doen, en er dus geen andere mogelijkheid is dan de handhaving in eigen hand nemen. Tenslotte wordt aan Van Diesen gevraagd welk model volgens hem wél zou gaan werken. Van Diesen is van mening dat een all-you-can-eat model kan werken, maar laat ons achter met de vraag wie de content dan moet aanbieden.

Al met al was het een leerzaam college waarin ook voor de doorgewinterde auteursrechtenspecialist nog wel wat interressants te vinden was.

De uitspraken van Kuik en Van Diesen staan tegenover elkaar, maar ze vertegenwoordigen ook een verschillende invalshoek. Kuik richt zich op de principiële stelling dat er niet gestolen mag worden, terwijl Van Diesen een meer pragmatische instelling heeft. Deze instelling zien we ook terug in de tekst van Kembrew McLeod. Hij begrijpt niet waarom een platenmaatschappij hem lastigvalt als er van misgelopen inkomsten geen enkele sprake is.

Verslag Werkcollege 1, 11 september 2008

Twee dagen na het eerste 'hoorcollege' was het tijd voor het eerste werkcollege. Al snel werd duidelijk dat we hier vooral het debatteren gaan oefenen. Na de pauze was het tijd om voor het eerst een stelling te poneren. Bij deze ronde zat ik in de jury en was ik vooral verantwoordelijk voor de tijdshandhaving (iedereen had één minuut om zijn stelling te poneren en nog één minuut om vragen te pareren). Helaas zorgde deze taak ervoor dat ik me maar moeilijk kon concentreren op de daadwerkelijke presentatie van mijn medestudenten. Wel was het duidelijk dat er een behoorlijk verschil in ervaring was.

Gedurende de bespreking kwamen enkele tips meerdere keren naar voren:
  • Rustig praten, niet proberen om zoveel mogelijk te zeggen
  • Óf je handen in het zicht gebruiken, óf ze stil houden.
  • Oogcontact maken. Doe dit rustig, niet schichtig om je heen kijken. Richt je op de hele ruimte.
  • Presenteer je stelling aan het begin, aan het einde, of aan het begin én het einde van je verhaal.
  • Zorg dat je stelling samen te vatten is in één à twee kernzinnen.
Volgende week meer ontwikkelingen van het debatfront.

12 Angry Men - Of valt dat wel mee?


Dinsdag 9 september heb ik voor de 3e keer de film 12 Angry Men gezien. De bijbehorende opdracht was het analyseren van de lichaamstaal van één van de karakters. Ik heb gekozen voor Juror No. 7, de man met de hoed.


Voor Nr. 7 is de juryplicht inderdaad een plicht. Dit blijkt ook uit zijn lichaamstaal. Gedurende de hele film is dit jurylid vooral ongeduldig en ongeïnteresseerd. Dit kan komen doordat hij die avond nog naar een sportwedstrijd wil. Hij komt ook niet kijken als Henry Fonda zijn mes naast het moordwapen zet.

In de film zien we Juror No. 7 wel opgewonden raken. Zijn momenten van frustratie zijn echter niet gebaseerd op meningsverschillen, maar op het steeds langer duren van de vergadering. Hij wendt zich dan ook regelmatig af van de discussie. zijn desinteresse blijkt ook uit het feit dat hij juist wel geïnteresseerd is in andere dingen, zoals de ventilator. Hij is ook de enige die blijft zitten tijdens de monoloog van de oudere man. Al deze 'non-verbale' acties leiden tot de overtuiging dat Juror No. 7 eigenlijk niet geïnteresseerd is in de rechszaak.

Welkom!

Welkom allen, bij mijn tweede poging het vak Niewe Media in het Actuele Debat met een voldoende af te sluiten. Eén van de belangrijkste redenen om die gewenste 7,5 ECTS binnen te slepen moet dit blog worden. Tot de volgende post..