maandag 3 november 2008

Evaluatie - Groundrules en Aanbevelingen

De evaluatie.. Tijd om af te rekenen. In deze evaluatie zal ik ingaan op mijn eigen ervaringen, enkele van de groundrules van Thomas Poell bespreken en mijn ervaringen van dit jaar vergelijken met die van 2005. Tenslotte zal ik enkele aanbevelingen doen voor verbetering van de cursus.

Persoonlijk

Zoals voor alle deelnemers wel duidelijk is geworden was en ben ik een fanatieke debater. ik vind het leuk om mijn punt te maken en denk zeer associatief. Op die manier ben ik in staat om met een zeer korte voorbereiding een debat te voeren. Daarnaast is gebleken dat ik mezelf goed kan presenteren qua stem en lichaamshouding. Deze kwliteit had ik in principe ook al voordat ik aan deze cursus begon, maar toch heb ik het nodige geleerd tijdens dit vak. Hoewel ik zelf al wel een debat kon voeren heb ik de laatste maanden veel meer inzicht gekregen in de manier waarop je als een team te werk kan gaan. Ik heb ook gemerkt dat ik door me minder dominant op te stellen meer kan inspireren en denk dat ik een goede invloed heb gehad op de inzet binnen de werkgroep. Voor mij was het belangrijkste leermoment het einddebat, waar bleek dat je niet altijd kan winnen op je eigen voorwaarden of de eisen die een docent stelt. Presentatie moet dus worden aangepast naar aanleiding van het publiek. Dat geldt niet alleen voor een debat, maar voor communicatie in het algemeen. Ik heb geleerd om me in een werkcollege zo op te stellen dat anderen ook hun zegje kunnen doen. Ook bleek dat fanatisme kan worden afgestraft. Dit viel me heel erg tegen. Ik vind het niet bij de universitaire omgeving passen om neer te kijken op mensen die hun uiterste best doen.

Gelukkig heeft deze frustratie niet mijn algehele gevoel bij de cursus verpest. Ik vond met name de werkgroepen erg leuk, aangezien er veel ruimte was voor persoonlijke inbreng. De betrokkenheid van de werkgroep kwam ook tot uiting na het einddebat. Terwijl iedereen al weg was bleef het overgrote deel van onze werkgroep nog even om te evalueren.

Een logboek bijhouden blijft voor mij een probleem. Hoewel alles inmiddels netjes is gemaakt en op de juiste datum is gepost zijn de blogs voornamelijk de afgelopen week geschreven. Doordat ik zelf erg reflectief ingesteld ben, en dus de werkcolleges eigenlijk al op weg naar huis verwerk is het voor mij moeilijk om deze reflectie nog een keer te doen om hem te posten. Gelukkig is het uiteindelijk wel gelukt.

Groundrules

Tijdens het laatste werkcollege kwam Thomas met zijn eigen groundrules voor een goed debat. Ik zal ingaan op enkele regels waar ik het uitermate mee eens of oneens ben.

"Er moet een scherpe stelling of vraag geformuleerd worden, waar zowel sterke argumenten voor als tegen te bedenken zijn. Dit maakt het mogelijk om de verschillende kanten van een probleem uit te diepen (en de voors en tegens op een rij te zetten)."

Het is belangrijk dat het discussieonderwerp scherp neer wordt gezet. In het 'echte leven' zien we echter dat er vaker wordt gediscussieerd over open vragen. Hierbij is het mogelijk om verschillende oplossingen van een probleem aan te dragen, waarbij het antwoord niet per se beperkt blijft tot ja of nee. Debatteren over een stelling is dus zeer nuttig, maar heeft niet altijd het juiste resultaat.

"Vat de argumenten van je tegenstanders in het debat kort samen. Dit geeft aan dat je goed hebt geluisterd naar de ander. Bovendien geeft het je de mogelijkheid de aandacht te vestigen op specifieke punten uit het betoog van de ander. Dit kan dan vervolgens een mooie brug vormen voor je eigen argument."

Uitermate belangrijk! Samenvatten is een vorm van luisteren, je laat je publiek merken dat je aandacht hebt voor de anderen. Ignorance is not bliss for a debater..

"Als je vindt dat de ander een goed punt heeft gemaakt, moet je dit aangeven. Doe dit wel aan het begin van je betoog om vervolgens aan te geven op welke punten je het niet met de ander eens bent.

Introduceer duidelijk je argument. Doe dit door in je betoog een helder onderscheid te maken tussen de uitleg van je argument en het argument zelf. Probeer je argument in één kernzin samen te vatten."

Eigenlijk meerdere punten, maar ze zijn beide belangrijk. Als je een debat wil winnen moet je aangeven waar je over wil discussiëren, de zwaktes in de argumentatielijn van je tegenstander aangeven, en vervolgens je eigen argumentatielijn onderbouwen. Tenslotte is er zonder slotzin helemaal geen argument.

"Gebruik concrete voorbeelden om je argumenten te illustreren. Hou wel in de gaten dat een voorbeeld tegen je gebruikt kan worden. Zorg dan ook dat het gekozen voorbeeld slechts op één manier geïnterpreteerd kan worden."

Voorbeelden zijn misschien nog wel belangrijker dan bronnen omdat ze het publiek betrekken bij het debat. Door een voorbeeld maak je duidelijk dat het onderwerp óók het publiek aangaat. Wel is het belangrijk om te beseffen dat een slecht voorbeeld je tegenstander de mogelijkheid geeft om het in zijn voordeel te gebruiken. Een voorbeeld moet dus sprekend en specifiek zijn.

2005 vs. 2008

De vorige keer heb ik het vak niet gehaald. De oorzaak hiervoor was dat ik het blog niet heb ingeleverd. Dit jaar gaat dat dus veranderen. Verder merk ik dat ik inmiddels met een hele andere houding in college zit dan een paar jaar geleden. Ik vind het veel belangrijker om het college nut te geven voor de hele groep, terwijl ik voorheen continu wilde laten zien dat ik het allemaal wel wist. In deze cursus heb ik me dus niet alleen ontwikkeld op debatgebied, maar ook op communicatiegebied in het algemeen.

Aanbevelingen

De belangrijkste tip die ik heb is het aanstellen van een jury voor het einddebat. Zowel in 2005 als in 2008 heb ik het einddebat verlaten met het gevoel dat het niet helemaal eerlijk was. Inzet moet beloond worden, en niet bekritiseerd in het stemgedrag. Dit jaar was de frustratie overigens wel minder dan in 2005. Daarnaast zou ik zoeken naar een manier om het blog minder zwaar te laten wegen. Zo zou het georganiseerde debat kunnen worden beoordeeld als een presentatie, waardoor de nadruk nog wat meer op het debatteren en communiceren komt te liggen, wat toch het doel is van deze cursus.

Ik heb weer genoten van het vak, maar hoop toch dat ik het niet nog een keer hoef te doen!

vrijdag 31 oktober 2008

Commentaar op de blog van Michiel de Vries

Hoi Michiel,

Ik weet niet of je er nog veel aan zal hebben, maar hier is dan toch nog mijn commentaar op je blog. Ten eerste ziet de opmaak er prima uit, maar dat had ik ook niet anders verwacht. ik ben het grotendeels eens met het commentaar van Vera. Ik zou hier aan toe willen voegen dat je naar mijn mening soms wat meer afstand kan nemen van de materie. Je betrokkenheid is zeer positief, maar slaat voor mijn gevoel af en toe een beetje door. Je schrijft wel lekker vlot en ik vind dat je blog dus prima wegleest. Een paar spelfoutjes verwijderen en je bent er helemaal! Groeten, Marnix

zaterdag 25 oktober 2008

Commentaar op mijn blog

Commentaar van een medestudent
Mijn Blog is beoordeeld door Bernadett:

Beste Marnix,

Allereerst neem me niet kwalijk als je enkele typ of formuleringsfouten tegenkomt. Hier wordt aan gewerkt. Ik zal je maar 'kort lastigvallen' omdat je je blog nog niet hebt bijgehouden , dus ik kon ook maar de eerste paar weken beoordelen.

Positieve punten:- je formuleert kort, maar bondig. Alles zit er in wat er nodig is. Dat bewonder ik echt. Ik maak altijd lange teksten, met overbodige informatie.- wat je stijl betreft vind ik, dat je het heel goed doet. Je maakt niet te wetenschappelijke teksten. Maar de simpele taalgebruik is ook ver van je. Je hebt een tussenweg gevonden en combineert de twee, zodat je tekst uiteindelijk een 'populaire-wetenschappelijke' stijl

krijgt. Ik vind het heel goed aan je blog.- je reflectie op de werkcolleges en op je eigen rol hierin is heel duidelijk, maar soms heb ik het gevoel, dat je wat minder aandacht aan jezelf mag besteden. (of, moet ik dan meer over mezelf schrijven????:))

Negatiever punten:- allereerst: negatiever, want ik kan eigenlijk geen echt negatieve punten uit die paar weken halen. En je participatie in debatten is geen kwestie; je bent echt één van de sterkste/beste medestudenten uit ons groepje in een debat.- je moet je blog goed bijhouden. Je hebt een grote achterstand, maar hierin ga ik niet diep op, dit heb je al vaak van Thomas Poell gehoord.- Als ik jou was, zou ik in ieder geval checken, wat ik precies in de blog moet opnemen.Marnix! Je hebt zo'n geweldige grote mond en je kan voor zoveel leuke debatten zorgen! Zorg er ook alsjeblieft voor dat je dit vak niet voor de derde keer hoeft te volgen! Haal jezelf in en maak dit vak af! Jij kan het zeker doen. Het zal een grote klus worden, maar ik wens je hier alle succes, tijd en energie voor! Groetjes, Bernadett

Mijn Reactie
Hoi Bernadett,

Bedankt voor je commentaar. Ik liep inderdaad nogal achter, maar gelukkig heb ik het inmiddels bijgewerkt. Ik schrijf inderdaad vrij veel over mezelf, omdat ik vind dat het bij dit vak toch vooral om persoonlijke standpunten en ontwikkeling gaat, meer dan om een puur verslag van de werk- en hoorcolleges. Bedankt voor je enthousiasme en betrokkenheid! Groeten en succes, Marnix

Commentaar

Commentaar van een medestudent
Mijn Blog is beoordeeld door Bernadett:

Beste Marnix,

Allereerst neem me niet kwalijk als je enkele typ of formuleringsfouten tegenkomt. Hier wordt aan gewerkt. Ik zal je maar 'kort lastigvallen' omdat je je blog nog niet hebt bijgehouden , dus ik kon ook maar de eerste paar weken beoordelen.

Positieve punten:- je formuleert kort, maar bondig. Alles zit er in wat er nodig is. Dat bewonder ik echt. Ik maak altijd lange teksten, met overbodige informatie.- wat je stijl betreft vind ik, dat je het heel goed doet. Je maakt niet te wetenschappelijke teksten. Maar de simpele taalgebruik is ook ver van je. Je hebt een tussenweg gevonden en combineert de twee, zodat je tekst uiteindelijk een 'populaire-wetenschappelijke' stijl

krijgt. Ik vind het heel goed aan je blog.- je reflectie op de werkcolleges en op je eigen rol hierin is heel duidelijk, maar soms heb ik het gevoel, dat je wat minder aandacht aan jezelf mag besteden. (of, moet ik dan meer over mezelf schrijven????:))

Negatiever punten:- allereerst: negatiever, want ik kan eigenlijk geen echt negatieve punten uit die paar weken halen. En je participatie in debatten is geen kwestie; je bent echt één van de sterkste/beste medestudenten uit ons groepje in een debat.- je moet je blog goed bijhouden. Je hebt een grote achterstand, maar hierin ga ik niet diep op, dit heb je al vaak van Thomas Poell gehoord.- Als ik jou was, zou ik in ieder geval checken, wat ik precies in de blog moet opnemen.Marnix! Je hebt zo'n geweldige grote mond en je kan voor zoveel leuke debatten zorgen! Zorg er ook alsjeblieft voor dat je dit vak niet voor de derde keer hoeft te volgen! Haal jezelf in en maak dit vak af! Jij kan het zeker doen. Het zal een grote klus worden, maar ik wens je hier alle succes, tijd en energie voor! Groetjes, Bernadett

Mijn Reactie
Hoi Bernadett,

Bedankt voor je commentaar. Ik liep inderdaad nogal achter, maar gelukkig heb ik het inmiddels bijgewerkt. Ik schrijf inderdaad vrij veel over mezelf, omdat ik vind dat het bij dit vak toch vooral om persoonlijke standpunten en ontwikkeling gaat, meer dan om een puur verslag van de werk- en hoorcolleges. Bedankt voor je enthousiasme en betrokkenheid! Groeten en succes, Marnix

vrijdag 24 oktober 2008

WC 7 - Evaluatie en Inspiratie

Daar zaten we dan.. Het laatste werkcollege waarbij iedereen dacht even lekker te gaan evalueren.. Oh nee, er moet toch nog een blogpost van worden gemaakt! Ik zal het college in drie delen bespreken: Eerst zal ik ingaan op de evaluatie van het einddebat, daarna op de evaluatie van de cursus, en tenslotte zal ik de tv-debatten uit Amerika analyseren.

Het Einddebat
Iedereen was tevreden over de perstaties van onze werkgroep in het einddebat. Het werd gezien als een leerzame ervaring. Men was vooral positief over de goede voorbereiding op het debat. Wel werd duidelijk dat een goede voorbereiding er ook voor kan zorgen dat debaters niet meer luisteren naar de tegenstander. Hierdoor kwamen aspecten als samenvatten en meta-posities minder aan de orde. Ook had bijna iedereen in de werkgroep kritiek op het stemmen door de studenten. Sommigen hadden opgemerkt dat er in groepjes werd gestemd, en dat er ook gecoördineerd tégen onze groep (Poell's Posse) werd gestemd. Volgens Thomas kwam dit ook doordat men stemt op de eigen manier van debatteren. Zo werd ons fanatisme en bronnengebruik niet door iedereen gewaardeerd. Iedereen was het er over eens dat er volgend jaar een onafhankelijke jury moet worden geïnstalleerd. Over de voorzitters was men tevreden, maar er was nog wel het één en ander aan te merken. Zo denk ik dat er beter één voorzitter kan zijn, aangezien er dan geen gedeelde verantwoordelijkheid is.

De Cursus
Alle studenten waren tevreden over de cursus. Men vond met name de werkgroepen geslaagd, al was onze werkgroep wel aan de grote kant. Meerdere studenten gaven aan dat ze een enorme vooruitgang hebben gemaakt tijdens de cursus. Ook de inzet en serieuze instelling werden door zowel Thomas als de studenten geroemd. Mindere punten waren er ook. Zo viel het debatgehalte in de hoorcolleges soms wat tegen. De colleges over E-Learning en Holland Doc kwamen op de studenten meer over als een reclamepraatje dan als aanleiding voor een discussie. Ook was de verbinding tussen tekst en college niet altijd goed. Er werd nog gediscussieerd over manieren om schuchtere studenten ook aan het woord te laten. Hen de eerste beurt geven in een discussie leek de meeste studenten een goede zet. Daarnaast zouden sommige studenten ook andere vormen van discussie willen oefenen, bijvoorbeeld door een open vraag te bediscussiëren in plaats van een ja/nee stelling. Tenslotte vond een groot gedeelte van de werkgroep dat de werkcolleges zwaarder moesten tellen dan de 30% die ze nu wegen. Helaas blijkt dat niet makkelijk te realiseren.

Hoewel hierboven best wat kritische punten staan is het belangrijk om te realiseren dat er zelden commentaar wordt gegeven op de positieve punten van een cursus. Hier zal ik in mijn persoonlijke evaluatie op terugkomen.

Obama en McCain
Na de pauze werd het college gevuld met een analyse van de debatstrategieën van de twee kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap, Barack Obama en John McCain. Ze maakten grotendeels gebruik van dezelfde strategieën die wij hebben geleerd. Een aspect dat er voor mij uitsprong was het samenvatten van het voorgaande. Dat deden beide kandidaten erg goed, waarna ze hun eigen punt gingen maken, in plaats van een reactie te geven op de ander. Op deze manier kwamen ze beide met hun eigen verhaal, zonder de kritiek van de ander echt te pareren. Daarnaast waren keywords en punchlines prominent aanwezig. Elke beurt werd afgesloten met een duidelijke, kernachtige samenvatting.

Een verschil tussen onze debatten en die tussen de presidentskandidaten is de aandacht voor de persoon. Beide kandidaten bekritiseren hun tegenstander persoonlijk, waarbij wel moet worden aangemerkt dat ze het altijd over de ander hebben in de derde persoon, alsof de tegenstander zich niet in dezelfde ruimte bevindt.

Met name de houding van Obama maakte indruk op mij. De rust die hij uitstraalt door zijn houding, intonatie, kalme ogen en het rustige gebruik van zijn handen wekken vertrouwen op. Dat hij daarnaast het woord euhh uit zijn vocabulaire heeft weten te verbannen maakt zijn presentatie nog sterker. McCain moet het hebben van zijn identiteit. De 'Maverick' wil op basis van zijn verleden gekozen worden en verwijst daar ook regelmatig naar. We kunnen kortom stellen dat Obama deze debatten probeert te winnen met de toekomst, terwijl McCain de toekomst wil waarborgen door zijn grote verleden te gebruiken.

woensdag 22 oktober 2008

Het Einddebat

Voorbereiding
21 oktober was het zo ver. Voor de tweede keer meedoen aan het einddebat van de cursus Nieuwe Media en het Actuele Debat. Eerst moest er natuurlijk voorbereid worden met de club mensen die ik geronseld had. We hebben ons groepje een naam Poell's Posse gedoopt en de dag voor het debat twee uur lang voorbereid. Hierbij heb ik me vooral beziggehouden met argumentatielijnen en argumenten zelf, waarbij Mandy, Puck en Nick goede bronnen aandroegen. 's Avonds nog even een pdf-je in elkaar klussen met de voorbereidingen en dinsdag vroeg op.

Het Debat
Poell's Posse mocht gelijk in de eerste discussie opdraven. Clothing-coordinated en vol enthousiasme gingen we er voor. Er werd in het einddebat gewerkt met vragen in plaats van stellingen. Wij zouden ja antwoorden op de vraag:

"Wordt het on demandmodel dominant of blijft het traditionele televisiemodel dominant?"

Het was voor ons belangrijk om meteen aan te geven dat traditionele televisie niet geheel zou verdwijnen. Het on demandmodel voordelen bieden omdat het de enige manier is om kijken wanneer de kijker dat wil te combineren met een verdienmodel. Hiertoe hadden we een mening van een expert verzorgd. Het viel me in dit debat op dat onze groep een stuk fanatieker was dan de tegenstander. In ieder geval hadden we ruim gewonnen en nam ons zelfvertrouwen nog meer toe.

Ook in de andere debatten bleek dat niet elke werkgroep op dezelfde manier debatteerde. De nadruk die binnen onze werkgroep was gelegd op het gebruik van bronnen had geleid tot een overdaad daaraan. Andere groepen bleken veel minder fanatiek te debatteren.

In de halve finale waren we weer voor. De vraag was dit keer:

"Verhogen Internet forums het democratische gehalte van het publieke debat?"

Deze keer mochten we debatteren tegen Knockout, uit onze eigen werkgroep. We wisten dus waar we op konden rekenen. Onze aanpak bestond uit het afbakenen van de stelling, waarbij we duidelijk probeerden te maken dat het alleen om het debat ging, en niet om de gevolgen van dat debat. Ook was niet van belang in hoeverre het democratische gehalte van het publieke debat verhoogd zou worden. Hoewel het een spannend debat was, was ik toch enigszins verbaasd toen bleek dat we verloren hadden. Op mogelijke redenen voor ons verlies kom ik later terug.

Knockout was uiteindelijk ook de groep die et einddebat won. Het was leuk om te zien dat alle debatgroepen uit onze werkgroepen doordrongen tot de halve finale en de finale uiteindelijk ook tussen twee groepjes uit werkgroep 1 ging.

De Evaluatie
helaas verliep het einddebat niet helemaal zoals we dat gewild hadden. Daarom is het volgens mij belangrijk om de positieve en negatieve punten van Poell's Posse op een rijtje te zetten. Volgens mij waren we het best voorbereid van alle groepjes. We hadden duidelijke argumentatielijnen en bronnen te over. Daarnaast hadden we een duidelijke taakverdeling. Michiel en ik zouden de argumenten aanvoeren, waarna die konden worden ondersteund door Mandy, Puck en Nick. Mijn taak was daarnaast het openen en resumeren van de discussie. Deze verdeling bleek goed te werken aangezien iedereen steeds zijn zegje heeft kunnen doen. Ten derde stonden we goed opgesteld. Naast elkaar, zodat iedereen overzicht had en het woord kon nemen. Sommige andere groepen stonden op een kluitje, wat hun presentatie er niet sterker op maakte. Mindere punten hadden we natuurlijk ook. Onze kleding was een stap te ver. 'In pak naar het debat' hadden we beter niet kunnen doen. Daarnaast waren we te serieus. Met name Michiel en ik hadden meer humor moeten gebruiken. In de halve finale maakte Dave een grappige opmerking die nergens op sloeg, maar waarschijnlijk wel het debat heeft gewonnen. Humor is in deze setting wellicht belangrijker dan droge feiten. Of dit ook geldt in een 'echt' debat is overigens de vraag.

Tenslotte wil ik nog zeggen dat ik denk dat deze manier van stemmen naar mijn mening niet altijd leidt tot een terechte winnaar. Ik zeg níet dat Knockout onterecht heeft gewonnen, maar achteraf bleek wel dat er nogal sprake was van groepsgedrag bij het stemmen. Wat me nog het meest stoorde is het feit dat sommige studenten vonden dat wij te fanatiek waren. Dat je tegen een groep stemt omdat zij hun best wél hebben gedaan vind ik eigenlijk niet acceptabel. Daarom lijkt het mij verstandig om de volgende keer een onafhankelijke jury in te stellen.

Het einddebat was voor mij wederom een mooie ervaring, met een minder wrange nasmaak dan de vorige keer. Ik wil het vak geen derde keer doen, maar zou me in het einddebat wel meer van humor bedienen.. En geen pak aantrekken natuurlijk!

vrijdag 17 oktober 2008

WC 6 - Generale Repetitie

Debatoefening
Dit laatste werkcollege voor het einddebat bestond vooral uit een generale repetitie voor het einddebat. De drie debatgroepen voerden elk twee discussies volgens het format dat ook in het grote debat gebruikt zal worden. Onze groep bestaat uit Puck van Sprang, Mandy Woltjes, Nick van Someren Brand, Michiel de Vries en ikzelf. In de eerste discussie mochten we de volgende stelling verdedigen

"Voor sociale contacten kan met vertrouwen op de Nieuwe Media, en hoeft men de deur niet meer uit om deze te leggen/onderhouden."

We hadden besloten dat onze argumentatielijn zou zijn dat met behulp van de nieuwe media beter passende vrienden kunnen worden gevonden aangezien fysieke nabijheid niet langer een vereiste is voor betekenisvolle relaties. Deze lijn konden we aardig volhouden. Leuk was dat onze tegenstanders een bron gebruikten die wij ook hadden, waarbij de conclusie van het onderzoek in ons voordeel was. We hadden ook een duidelijke taakverdeling afgesproken. Ik zou inleiden, waarna Michiel en ik zouden reageren op de tegenstanders, waarbij we zouden worden ondersteund door de bronnen van Mandy en Puck en de voorbeelden van Nick. Dit lukte heel behoorlijk, op een gegeven moment waren we alle vijf achter elkaar aan het woord. Na dit debat was het duidelijk dat we als groep een behoorlijk debat kunnen voeren. Het volgende debat ging tussen groep 2 en 3 over de stelling:

"Toepassingen van de Nieuwe media leiden tot een volwaardig dialoog tussen burger en overheid, tussen consument en bedrijfsleven."

Dit debat was iets tammer, wellicht ook doordat de stelling wat minder persoonlijke belangen tot gevolg had.

In het derde debat waren wij tegen de stelling:

"De nieuwe media hebben een doorslaggevende rol in de huidige kredietcrisis gespeeld."

Dit debat verliep voor ons geweldig. In de eerste repliek wisten we al duidelijk te maken dat van een doorslaggevende rol geen sprake kon zijn aangezien de kredietcrisis veroorzaakt is door slecht bankieren. Hier komt wel het rare van discussiëren volgens een bepaald format naar voren. In een gewoon gesprek zou je gelijk krijgen van je opponent of in ieder geval naar een ander onderwerp verplaatsen, maar nu waren er toch nog 6 minuten te vullen. Hierdoor zijn we toch in discussie gegaan over de invloed die de nieuwe media in de marge zou kunnen hebben gehad. Eigenlijk hadden we continu ons eerste argument moeten herhalen, maar omdat we vonden dat we genoeg andere argumenten hadden zijn we toch de discussie aangegaan.

Debatexperiment
Helaas was de generale repetitie nogal uitgelopen en was er dus maar ruimte voor één discussie die de deelgroep had georganiseerd. Doordat iedereen hier aan mee mocht doen werd het al snel een chaotische discussie, ook doordat de helft van de deelnemers de stelling niet had voorbereid. Wel viel het op dat aan de 'overkant' alleen Michiel aan het woord was, terwijl aan onze kant wel meerdere mensen aan het woord kwamen. Daarnaast maakte Michiel uiteindelijk een vormfout door in zijn laatste beurt een vraag aan mij te stellen, waardoor hij zelf geen slotpleidooi kon houden. Dat dit soort 'trucs' belangrijk was in het debat geeft wel aan dat een kleine chaos was.

Evaluatie
Volgens mij ging de generale repetitie heel behoorlijk. Er zijn nog enkele punten waar specifiek op gelet moet worden in het einddebat. Zo moeten we er voor zorgen dat we lang aan het woord blijven (stokje-doorgeven), alle punten ook afgemaakt worden (punchlines) en we goed samenvatten. Ook bleek in ons tweede debat hoe belangrijk het is om de stelling kritisch te beschouwen. Door de zwakte in de stelling bloot te leggen konden we de hele discussie in feite voorkomen. Onze tegenstanders hadden (aangezien zij als eerste het woord hadden) de stelling ook kunnen nuanceren. Dat ze dit niet deden gaf ons de kans het pleit binnen twee minuten te beslechten.

woensdag 15 oktober 2008

Dinsdag 14 oktober ging het college over Nieuwe Media en de islam. Aan het woord was Madelon Stokman van de Nederlandse islamitische Omroep. De bijbehorende tekst was van Loosineh Markarian - “Religion, Iranian Women’s Blogging, and the Promise of Democratic Change in Iran.” Waar het college en de tekst elkaar raken zal ik dat aangeven.

Madelon verdeelde haar voordracht in vier duidelijke thema’s:

  • Islam en Media
  • Islam en Nieuwe Media in Nederland
  • Media in het Midden-Oosten
  • Nieuwe media in het Midden-Oosten

Islam en Media
Volgens Madelon zijn er verschillende problemen bij de benadering van de islam door de media. Zo wordt de islam gezien als één instantie, terwijl er vele subtiele en minder subtiele verschillen zijn tussen moslims onderling. Dit gebrek aan nuance leidt al snel tot radicale standpunten en is onderdeel van het oriëntalisme, een traditie waarin stereotypes worden toegekend aan het gehele (Midden) Oosten op basis van één representant daarvan. Door de nadruk op excessen (die zijn ten slotte nieuws) wordt zo het gedrag van enkelen gekoppeld aan het beeld van een grote groep. Een tweede probleem is dat de journalistiek invloed heeft op de samenleving betreffende dit onderwerp. Tenslotte is het volgens Madelon belangrijk om altijd op de hoogte te zijn van de bron van een publicatie. Inhoud en vorm van een publicatie zijn grotendeels afhankelijk van de bron. Al deze kleine problemen zorgen ervoor dat het vrijwel onmogelijk is om een genuanceerd standpunt te hebben over de islam.

Een probleem bínnen de islam is dat vrouwen zich traditioneel niet kunnen uitspreken in de publieke sfeer. In de media is er dus geen ruimte voor een vrouwelijk geluid. Op de rol die nieuwe media in deze situatie kunnen spelen kom ik later terug.

Islam en Nieuwe Media in Nederland
De nieuwe media verdienen in Nederland verdienen speciale aandacht. Volgens Stokman richten de traditionele media in Nederland zich namelijk steeds meer op het binnenland en moet de internationaal georiënteerde Nederlander zich dus op de nieuwe media richten voor buitenlands nieuws. De nieuwe media hebben een aantal gevolgen. Zo is er voor de meeste mensen sprake van een information overload. Hoewel de bronnen op internet een nog grotere invloed uitoefenen zullen de meeste mensen de energie niet op kunnen brengen om onderzoek te doen, en dus wordt er steeds meer en extremer gereageerd op fragmentarische verslaggeving. De sites die de islam lijken te vertegenwoordigen vertegenwoordigen over het algemeen slechts een fragment van de islamitische gemeenschap. Kijken we naar sites als geenstijl.nl, die de islam niet positief benaderen dan zien we dat zij vaak samplen en geen poging doen het hele discourse weer te geven. De reacties zijn door de anonimiteit van het internet ook extreem van aard.

Binnen de islam hebben de nieuwe media ook gevolgen. Jonge moslims kunnen hun imam over het algemeen niet verstaan en stellen daarom via google hun eigen versie van de islam samen. Op dit moment zijn ze behoorlijk vatbaar voor slechte invloeden.

Voor de situatie in Nederland is het voor zowel autochtonen als autochtonen belangrijk om te onderzoeken wie, wat, waar, waarover, hoe zegt. Men moet letten op de terminologie en zich bewustzijn van het feit dat er in het Midden-Oosten géén persvrijheid is en regering en bevolking strikt gescheiden zijn.

Media in het Midden-Oosten
Deze realisatie brengt ons als vanzelf bij het Midden-Oosten. Volgens Stokman is het belangrijk om te beseffen dat er daar geen persvrijheid is. Dat er niet negatief mag worden geschreven over de islam en regering is daar een uiting van. De censuur begint echter af te brokkelen. In eerste instantie was de drijvende kracht sateliettelevisie, Al-Jazeera is namelijk overal te ontvangen en staat dus niet onder controle van een landelijke regering.

Nieuwe Media in het Midden-Oosten
De regeringen in het Midden-Oosten censureren ook het internetverkeer. Zo zijn sites als google, hyves, en amnesty international niet te bereiken. Ook blogs worden geblokkeerd. Door bloggers aan te erken als journalisten worden zij ook onder hetzelfde toezicht geplaatst als die journalisten. Inmiddels zijn er speciale busreizen vanuit Syrië naar Libanon zodat men toch kan internetten. Het internet wordt zo sterk in de gaten gehouden dat critici vaak het land niet in mogen.

Markarian stelt dat het internet ook een rol speelt in de strijd tégen censuur. Volgens haar kunnen vrouwen zich nu voor het eerst uitspreken. Het gaat deze vrouwen er niet om de islam af te zweren, maar ze willen wel een discoursverandering teweeg brengen. het internet zou dus een middel zijn om de subaltern zoals gedefinieerd door Gayatri Chakravorty Spivak een stem te geven.

Vragen
Na de presentatie van Stokman waren er nog veel vragen, die vooral betrekking hadden op haar eigen voorkeur voor een bepaald persmodel. Het werd duidelijk dat Stokman weliswaar voor persvrijheid is, maar vindt dat de journalisten wel een verantwoordelijkheid moeten nemen.

Conclusie
Na het lezen van de tekst en het bezoeken van het college is het voor mij duidelijk dat we nog een lange weg te gaan hebben. Persvrijheid leidt tot misbruik ervan, maar censuur is nog vele malen erger. Ik ben me eens te meer bewust geworden dat de vrijheid die in Nederland beschikbaar is helaas niet voor iedereen is weggelegd.


vrijdag 10 oktober 2008

WC5 - Experiment in Dynamiek

Ook deze week bestond het werkcollege uit drie 'grote' debatten. De eerste ronde mocht er gediscussieerd worden over de stelling

“E-learning draagt bij aan het verhelpen van het lerarentekort in het onderwijs”

Ik mocht me tegen deze stelling opstellen. Helaas is de stelling vrij voorzichtig, bijdragen is namelijk wat anders dan oplossen. Gedurende de voorbereiding hebben we dan ook besloten om de stelling breder te trekken en de kwaliteit van het onderwijs ter discussie te stellen. Dit lukte aardig, maar het gevolg was wel dat de voor- en tegenpartij nogal langs elkaar debatteerden. Door samenvatten en metaposities probeerden we wel te demonstreren dat onze lijn belangrijker was, maar we hadden meer de nadruk moeten leggen op het feit dat het lerarentekort oplossen niet gelijk staat aan het onderwijsprobleem oplossen en er dus niet over alleen het lerarentekort kan worden gediscussieerd. Het is dus duidelijk dat we onze argumentatielijn nog beter hadden kunnen uitzetten.

Opvallend was dat Michiel (één van de voorzitters) tijdens zijn afsluiting in feite het hele debat samenvatte, maar ook nog even duidelijk maakte hoe hij vond dat er gedebatteerd hád moeten worden. Hieruit bleek ook dat hij eigenlijk het liefste had willen meedebatteren. In de evaluatie werd duidelijk dat de bronnen meer verbonden moeten worden met de argumenten. Daarnaast mag er uitgebreider worden ingegaan op de eigen argumenten na het samenvatten van de ander. Tenslotte moeten er meer punchlines worden gebruikt. Sommige argumenten lopen namelijk nog leeg naarmate ze vorderen en verliezen zo hun kracht.

Debatexperiment
De groep die het tweede deel van het debat organiseerde had gekozen voor een verschil in opzet tussen de eerste en de tweede stelling. Dit verschil had met name betrekking op de dynamiek in de discussie. De deelnemers aan de eerste discussie zaten tegenover elkaar en mochten papier gebruiken. Gedurende de tweede discussie stonden de debaters en mocht papier niet gebruikt worden. Tijdens de eerste discussie werden de debaters in een kamp ingedeeld terwijl in de tweede ronde de debaters zelf mochten kiezen (en overlopen). Tenslotte werd het publiek bij het dynamische debat aangemoedigd om aan te moedigen en af te kraken.

Het eerste debat blonk uit in zorgvuldigheid, het gebruik van bronnen en voorbereid debatteren. Veel betrokkenheid van het publiek was er echter niet en de groepsleden hadden moeite om op elkaar in te spelen doordat ze elkaar niet goed konden zien.

Het tweede debat was een stuk dynamischer. Doordat er slechts drie personen tegen de stelling waren werden deze drie mensen extra fanatiek, en het was leuk om te zien dat ook mensen die gewoonlijk niet vel zeggen nu stevig van zich af beten. Ook was er meer sprake van reactie op elkaar en interactie met het publiek. Nadelig was wel dat veel mensen in de grote groep totaal niet aan het woord kwamen. Ook het bronnengebruik viel tegen.

Evaluatie
In dit werkcollege werd duidelijk dat verschillende formats ook tot hele verschillende discussies leiden. Dit is niet alleen iets waar de organisatoren rekening mee moeten houden, maar zeker ook een zorg voor de deelnemers aan een debat. Verschillende formats moeten leiden tot diverse strategieën en het is voor een goede debater dus belangrijk dat hij al deze strategieën beheerst. Over mijn eigen rol in de discussies was ik redelijk tevreden. Wel voel ik enige druk om opening en slotargument te verzorgen, terwijl ik vind dat anderen dat ook moeten oefenen. Ik hoef niet per se elk debat te winnen (al denkt de groep van wel) en vind dat iedereen alles een keer moet oefenen. De belangrijkste tips in dit college waren het gebruik van punchlines/slotzinnen en het tijd nemen voor het toelichten van de eigen argumenten.

woensdag 8 oktober 2008

Nieuwe Media en het Onderwijs - E-Learning

Het gastcollege over E-Learning werd gegeven door Erna Krotkamp en Renée Filius. Zij werken beide bij het IVLOS (Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden). Het thema van het college was onderwijsvernieuwing, en E-Learning in het bijzonder. Eerst werd uitgelegd wat de taken van het IVLOS zijn, waarna beide gastdocenten hun eigen werkzaamheden nog eens extra toelichtten. Renée had het in eerste instantie over de experimenten die worden uitgevoerd met onder andere leerhulpmiddelen zoals PDA’s, maar ook het online aanbieden van complete cursussen met behulp van rich media content. Erna Krotkamp ging meer specifiek in op de ontwikkeling van leeromgeving. De hoofdvraag van haar huidige onderzoek is dan ook:

Hoe komen lesfilosofieën (niet) tot uiting in een lesomgeving?

Deze vraag wil Krotkamp benaderen vanuit de programmeerstrategieën die worden gebruikt bij het opzetten van een digitale leeromgeving. Bij haar uitleg kwam onder andere de scheiding tussen student en docent naar voren zoals die in het huidige WebCT aanwezig is. De tekst van Herz refereert ook aan het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel dat kan ontstaan als een student het gevoel heeft dat hij zijn omgeving niet kan beïnvloedden.

Het meest interessante deel van het college was voor mij de discussie, waarbij twee interessante stellingen werden geponeerd. De eerste was:

Jongeren zijn slimmer, socialer, sneller en mediawijs.

De reacties op deze stelling waren divers, zowel vanwege de vaagheid van de stelling als de verdeelde meningen erover. De meeste studenten waren het er over eens dat er wel een verschil te zien is tussen verschillende generaties, Zo lijken ze makkelijker te zappen en minder parate kennis te hebben. Bovendien hechten jongeren meer waarde aan meningen dan aan feiten. Een waardeoordeel wilde men aan deze verschillen echter niet verbinden.

De tweede stelling was meer toegesneden op onze eigen situatie:

Onderwijs aan de universiteit loopt achter op de behoefte van de huidige generatie studenten als het gaat om ICT gebruik.

Wat deze stelling betreft waren de meningen nogal verdeeld. De discussie spitste zich toe op enkele tegenstellingen, namelijk de beschikbaarheid van mogelijkheden versus de gebruiksvriendelijkheid ervan, de scheiding tussen universiteit en het internet en de verschillende behoeften van studenten en docenten. Tenslotte was er een discussie tussen de early adopters en de meer traditionele studenten. Sommigen willen de hele universiteit digitaal beschikbaar maken, terwijl anderen vinden dat studenten ‘gewoon teksten moeten lezen en tentamens maken.’ Een laatste punt was dat op dit moment het ICT-gebruik vooral afhankelijk is van de docent, en deze dus eerst zal moeten worden opgeleid.

De relatie tussen de tekst van Herz en het hoorcollege heeft vooral betrekking op de essentiële vraag hoe onderwijs zou moeten worden ingericht. Aan de hand van enkele vragen die in het college aan de orde kwamen zal ik proberen aan te geven hoe Herz over dit onderwerp denkt.

Hoe moeten lessen worden vormgegeven?

Volgens Herz is het belangrijk om aandacht te besteden aan ‘edge’ learning, het leerproces dat plaatsvindt buiten de formele lessituatie. Door onderlinge verbondenheid tussen studenten te stimuleren kunnen ze elkaar helpen om als groep beter te presteren. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre die verbondenheid te stimuleren is.

Hoe moeten studenten worden beoordeeld?

Herz stelt dat het karakter van een speler in een MMORPG een optelsom is van al zijn activiteiten en prestaties in die virtuele wereld. Door studenten op een zelfde wijze te beoordelen kan inzichtelijk worden gemaakt hoe een student zijn specifieke vaardigheden heeft ontwikkeld, terwijl met een klassieke beoordeling slechts duidelijk wordt of er aan een basisniveau wordt voldaan.

Herz wil veel verder gaan in de aanpassing van het onderwijs dan Krotkamp en Filius. Volgens haar is het belangrijk om studenten niet alleen te laten leren, maar ook deel te laten zijn van de constructie van hun ervaringen. Hierdoor zullen ook de mede-studenten kunnen profiteren van hun werk.

vrijdag 3 oktober 2008

Werkgroep 4 - Rollenspel

Werkgroepoefening
Op 2 oktober werd er in de eerste helft van het werkcollege een centraal debat gehouden. Hierbij had ik de rol van scrounger, dat wil zeggen dat ik moest letten op het gebruik van bronnen en argumenten. De stelling waarover werd gediscussieerd had betrekking op virtuele financiën.

"Het gebruik van echt geld in virtuele werelden moet verboden worden."

In deze discussie had de voor-partij meerdere argumenten. Zo zou er volgens Mandy criminaliteit ontstaan als er echt geld zou zijn, en is een ontmoetingsplatform volgens Dave niet gebaat bij commercialiteit, en wordt zonder geld creativiteit gestimuleerd. De tegenpartij stelde bij monde van Don dat als er geld werd geïnvesteerd, er ook geld uit moest kunnen komen. Puck, Eefje en Don stelden gedurende de discussie allemaal dat geld een onmisbare factor is bij innovatie. Zonder beloning is er immers geen incentive om te innoveren.

Er werden in dit debat al meer bronnen gebruikt dan in de voorgaande discussies, maar soms was de verwijzing te vaag (Mandy verwees naar 'een artikel op internet'). Duidelijk was ook dat de voorpartij minder bronnen had dan de tegenpartij.

De voorpartij maakte een grote fout door niet voor één argumentatielijn te kiezen. De tegenpartij deed dit wel en werd dan ook tot winnaar van het debat uitgeroepen.

Debatoefening
Na de pauze was het tijd voor het debat georganiseerd door een deel van de werkgroep. Deze werkgroep had de inrichting van de discussie radicaal veranderd. Niet alleen werden voor- en tegenposities verdeeld, de debaters kregen ook specifieke rollen, zoals huismoeder of directeur. Het debat vond plaats aan een soort vergadertafel, waardoor de debaters dichter bij elkaar zaten. De eerste discussie had als onderwerp:

"Second Life moet onderdeel blijven van vrijetijdsbesteding en geen prioriteit vormen in het dagelijkse leven."

In deze discussie speelde ik zelf geen rol en dus zou ik de discussie goed moeten kunnen volgen. Helaas zorgde de opstelling ervoor dat het voor de niet-debaters moeilijk was om de discussie te volgen. We hadden namelijk geen zicht op de rollen en keken tegen de rug van de debaters aan. Doordat de debaters dicht bij elkaar zaten praatten ze ook zachter en waren dus moeilijk te volgen. Desondanks viel er nog het nodige op en aan te merken.

Ik vond het debat eigenlijk niet zo sterk. Er werd veel door elkaar gepraat en er was geen echte argumentatielijn terug te vinden. Ook weken de groepen af van het voorgestelde format. Dit had echter geen gevolgen voor de discussie, dus het ingrijpen van de organiserende groep was overbodig en verstoorde de discussie.

In de tweede discussie mocht ik wel actief deelnemen. De stelling was:

"Het rechtssysteem moet worden aangepast om misdrijven in de virtuele wereld te kunnen bestraffen."

Ik was ingedeeld bij de voorstanders en mijn rol was die van directeur. Deze rol in deze discussie kwam mij goed uit, het was namelijk een perfecte mogelijkheid om de argumentatielijn uit te zetten. Ons argument was dat waar echt geld gewonen en verloren wordt ook echt gestraft moet worden. Dit argument konden we gedurende de hele discussie blijven herhalen. Na de discussie kregen we van Nick het compliment dat dit de eerste discussie was geweest die hij van begin tot eind had kunnen volgen. Ook Thomas was tevreden over de lijn en het samenvatten.

Evaluatie
Na de discussies was het tijd voor een evaluatie. Het gebruik van bronnen en het uitzetten van een argumentatielijn was toegenomen, maar bronnen moesten scherper worden neergezet. Samenvattingen en metaposities konden ook nog een stuk scherper en beter. ook was het duidelijk dat het verkleinen van de fysieke afstand tussen debaters leidt tot verminderd overzicht voor de toeschouwers. Het uitdelen van rollen was een interessant experiment. Het werkte voor de meeste deelnemers zowel stimulerend als beperkend. Vanuit een vaste positie praten is vaak makkelijker. Aan de andere kant verlies je de mogelijkheid om bepaalde argumenten te gebruiken. Over mijn eigen rol in het tweede debat was ik erg tevreden. Ik merk dat ik steeds beter wordt in het uitzetten van een argumentatielijn en de afsluitende repliek. Ik denk dan ook dat ik me in het einddebat op deze twee taken zal moeten richten.

donderdag 2 oktober 2008

Eén van de opdrachten voor dit vak is het analyseren van de blog van een werkgroepsgenoot. Ik analyseer de blog van Frederik Vos. Zijn blog wordt gekenmerkt door een donkere layout, en een sobere lay-out. De stijl van de blog vind ik op zich goed, al zou er wel meer gebruik gemaakt kunnen worden worden van plaatjes en links. Frederiks taalgebruik is in orde, al gebruikt hij soms spreektaal waar iets netter taalgebruik op zijn plaats is (vervang het woordje ze een paar keer door men en je bent een eind op weg!).

Wat de inhoud van Frederiks blog betreft is er ook het nodige aan te merken. Hij moet werken aan een duidelijker link tussen college en theorie (vooral betreffende gastcollege 2) en de werkcolleges moeten een stuk uitgebreider besproken worden. De voorbereidde vraag voor hoorcollege 1 is daarentegen wel goed uitgewerkt. Ook het gebruik van een filmpje bij zijn bespreking van 12 Angry Men komt goed uit de verf.

Resumerend vind ik de blog van Federik Vos een goed begin met behoorlijk potentieel, maar mist er nog diepgang (en enkele posts).

Werkcollege 3

Gedurende dit werkcollege was er ruimte voor een oefening met vier personen, en het tweede debat georganiseerd door een deelgroep, deze keer met Nieuwe Media en Televisie als thema. Op dit ‘grote’ debat zal ik later op terug komen, maar eerst zal ik het hebben over de oefening met vier personen.

Oefening
Deze oefening leek erg veel op de oefening van vorige week, alleen was het nu de bedoeling dat er een voorzitter en een secretarisrol vervuld zouden worden door de twee personen die niet meediscussiëerden. Helaas had ons groepje te maken met een nieuw lid en een ziektegeval waardoor ik de enige was met een voorbereide argumentatie. Daarom werd besloten dat ik mijn
aantekeningen doorgaf aan Don en zelf de stelling zou verdedigen in plaats van aan te vallen. Marlies nam zowel de rol van voorzitter als die van secretaris op zich. De discussie verliep uiteindelijk aardig, waarbij beide partijen een redelijk duidelijke lijn uitzetten. Door de niet optimale voorbereiding en personele bezetting waren we echter erg benieuwd naar de bevindingen van de andere groepjes.

De Procesbewakers kwamen met de volgende structurele opmerkingen en tips die ik per onderwerp heb gebundeld:

Voorbeelden:

Voorbeelden kunnen een belangrijke argumentatie zijn, mits ze herkenbaar zijn voor het publiek.

Bronnen:

Bronnen leveren geloofwaardigheid, maar het gebruik moet wel aan voorwaarden voldoen:

  • De bron moet ingepast worden in de argumentatie.
  • De bron moet exact genoemd kunnen worden.

  • De bron meenemen werkt nog beter.

Lichaamstaal:

Lichaamstaal kan een argumentatie maken of breken.

  • Nonchalant of agressief kan
    allebei, mits juist toegepast.

  • Niet ineengedoken zitten!

  • Handengebruik is goed.

  • Geen zenuwachtig gedoe met pennen of iets dergelijks!

  • Goede debaters richten zich naar elkaar of het publiek, maar niet naar de voorzitter.


Argumentatieopbouw:

Debaters kunnen hun argumentatielijn beter opzetten door te letten op:

  • Keywords, woorden die steeds terugkomen in het debat.
  • Voordat ze reageren samenvatten wat de andere partij heeft gezegd.

  • Nuances aanbrengen vóór de eigen argumentatie, niet erna.

  • De argumentatie ook een staart te geven.


Voorzitter:

De voorzitter moet zijn rol vervullen door:
  • Actief te blijven tijdens de discussie.

  • Niet om uitleg te vragen, dat is een taak voor de debaters.

Overige tips:

  • Niet vragen, dit geeft de opponent ruimte voor eigen argumentatie.
  • Retorische vragen kunnen wel, omdat ze als argument werken.

  • Niet de term ‘ik vind’ gebruiken.

Plenair Debat
Na de pauze was het tijd voor de plenaire discussie over Nieuwe Media en Televisie. De organisatoren hadeen gekozen voor een andere opzet dan vorige week. Zo hadden ze besloten bij elke stelling slechts de helft van de groep mee te laten doen om iedereen meer aan de beurt te laten komen. Daarnaast waren er hand-outs met de belangrijkste punten en gingen de debaters staan. Deze opstelling had enkele leuke gevolgen, zo kon een beurt worden gevraagd door een stap naar voren doen en kon een debater ook overlopen naar de andere kant. Het tijdsschema was drie minuten overleg, anderhalve minuut voor de hoofdlijn en 7 minuten voor het
centrale debat. Tenslotte werd het debat samengevat door de voorzitter. De stelling die als eerste werd besproken was:

Reguliere televisieprogrammering moet plaats maken voor gepersonaliseerde televisie

Bij de evaluatie van deze stelling kwamen er de nodige punten naar voren:
  • De voor partij hield het bij één hoofdargument (kijken wat je wil) terwijl de tegenpartij wel vijf verschillende argumenten inbracht. Het ontbrak bij de tegenpartij dus aan een duidelijke argumentatielijn.

  • Sommige leden van de organiserendegroep waren wat weifelend.
  • Bob nam heel goed een metapositie in, waarbij door zijn rustige stem ineens iedereen even echt luisterde. Minder vaak het woord nemen kan dus tot meer aandacht leiden.

  • Nick, de voorzitter, had een uitermate geïnteresseerde houding.

  • De discussie werd uiteindelijk door slechts een klein aantal mensen gevoerd.


Bij de tweede stelling mocht ik zelf ook in actie komen, het ging hier om het volgende:

Er moet (meer) ruimte gemaakt worden voor een amateuristisch communicatieplatform binnen het Nederlandse televisiebestel
Het was voor mij meteen duidelijk dat ik tegen deze stelling zou zijn vanwege de tegenstelling tussen de grote (en dure) professionaliteit van televisie en het lagere niveau van amateuristische bijdragen. Volgens mij zou het systeem niet werken doordat de tijd op televisie gewoon te duur en beperkt is voor een dergelijk initiatief van relevante omvang. Dit punt heb ik ook geprobeerd te maken. Tijdens de discussie was opvallend dat aan onze kant de argumenten van meer personen kwamen terwijl op een gegeven moment de verdediging van de opponenten in handen van één persoon kwam te liggen. Uiteindelijk kwam het ook zo ver dat één van de initiële voorstanders zich bij onze groep aansloot. Enkele punten die op onze discussie werden aangemerkt waren:

  • Het is goed om een ‘tweetrapsraket’ in te zetten. Een argument wordt ingezet door een groepslid waarna een ander het punt nog versterkt.

  • Er moeten meer bronnen worden gebruikt.
  • Voorbeelden moeten tot de verbeelding van het publiek spreken.

Persoonlijke evaluatie

Naar aanleiding van alle genoemde tips en richtlijnen wil ik ook mijn eigen functioneren in het werkcollege evalueren. Ik vind mezelf een behoorlijke debater maar er zijn zeker nog punten waaraan gewerkt moet worden. Met name het bronnengebruik is een onderdeel van het debatteren waarvan ik vind dat ik mezelf er nog in moet verbeteren. Ik voer debatten en discussies over hetalgemeen op basis van mijn algemene kennis en analytisch vermogen. Dit heeft voordelen omdat ik ook zonder voorbereiding mijn standpuntkan verdedigen. Het nadeel is echter dat wanneer de tegenpartij welmet een bron komt zijn geloofwaardigheid onmiddellijk sterk toeneemten die van mij zonder bron daarbij achter kan blijven. Het gaathierbij ook vooral om het benoemen van bronnen. Ik zal dus moeten opletten dat ik bij het genereren van kennis over een onderwerp ook bij houd waar die kennis vandaan komt. Een ander verbeterpunt is mijn dominantie in discussies. Ik heb nogal de neiging om een discussie in mijn eentje te willen voeren, waarbij ik niet van nature het woordaan een ander laat. Dit blijft een aandachtspunt.

Sterke punten heb ik als debater natuurlijk ook. Ik vind (nu mag het wel!) mezelf vasthoudend,
analytisch sterk en flexibel genoeg om in te spelen op de argumentatie van anderen. Daarnaast blijf ik over het algemeen kalm en ben ik creatief in het gebruik van voorbeelden. Mijn voornaamste kracht is denk ik mijn houding. Door lichaamshouding, gebruik van handen en intonatie ben ik overtuigender in mijn argumentatie. Dat ik daar niet op hoef te letten zorgt ervoor dat ik mijn aandacht bij de discussie zelf kan houden en dus een voordeel heb ten opzichte van anderen. Mijn doel voor de komende weken is om het bronnengebruik te verbeteren en vaker een metapositie in te nemen.

woensdag 1 oktober 2008

Nieuwe Media en Second Life

Het college van deze week ging over virtuele werelden en dan vooral Second Life. Aan het woord was David de Nood, die ook mede-auteur is van de tekst die op het programma stond (pdf). De Nood werkt voor het EPN, waar hij onderzoek doet naar virtuele werelden in het algemeen en Second Life in het bijzonder. Ik zal in alleen in de conclusie terugkomen op de tekst aangezien er vanzelfsprekend geen grote meningsverschillen zijn tussen een presentatie en een tekst van dezelfde auteur.

Perceptie vs. Feit
De presentatie van De Nood begon met de perceptie die de media volgens hem hebben van Second Life. Het zou gaan om geeks en nerds die allemaal op zoek zijn naar sex. Daarnaast zou het een slecht businessmodel zijn en een verslavend effect hebben op de Second Lifers. Het rapport dat De Nood voor het EPN heeft geschreven is een poging om feitelijke kennis over Second Life te produceren. Voor het onderzoek zijn in de virtuele omgeving Second Life enquêtes uitgedeeld, waar vervolgens op gereageerd is. Er is een poging gedaan om objectiviteit te waarborgen door verschillen enquêteurs in te zetten die op verschillende locaties in tijd en ruimte questionnaires uitdeelden. In hoeverre de resultaten van dit onderzoek representatief zijn voor Second Life in zijn geheel is dus niet met zekerheid te zeggen, maar de objectiviteit is volgens De Nood in ieder geval groter dan in de tendentieuze stukken die in de media worden verspreid. De antwoorden die de gebruikers gaven zijn naast eenzelfde questionnaire gelegd die beantwoord isdoor een doorsnede van de bevolking.

Uitkomsten
Uit het onderzoek is gebleken dat de gebruikers van Second Life betrekkelijk weinig verschillen van de gemiddelde mensen in de samenleving. De vele voorbeelden van deze uitslag zal ik hier niet herhalen, aangezien die terug te vinden zijn in de tekst.

Discussie
Het college werd voor mij pas interessant toen we aankwamen bij de verschillende stellingen die De Nood had voorbereid. Hij liet steeds de stelling zien en gaf daarna wat contextuele informatie, waarna wij (de studenten) mochten reageren. Ik zal hieronder enkele stellingen en de bijbehorende discussies bespreken.

"Mensen die veel tijd in virtuele werelden doorbrengen, zijn vaak in het 'echte' leven niet zo succesvol."

Deze stelling leidde tot uiteenlopende reacties, waarbij ook de vraag of oefenen in Second Life kan helpen in het echte leven de revue passeerde.

"De virtuele economie zal een enorme impact hebben op de echte economie."

Over deze stelling werd het heftigst gedebatteerd. Zo was Erik van mening dat luxe goederen geen waarde hebben in vergelijking tot primaire behoeften en virtuele goederen geen reële waarde hebben terwijl ik denk dat de tijd die in het creëren/verzamelen van virtuele goederen wordt gestoken evenveel waarde heeft als de tijd die wordt besteed aan het verkrijgen van reële goederen. De virtuele economie is dus niet los te zien van de reële economie, al helemaal aangezien de Euros op de bank net zo virtueel zijn als de Linden-Dollars in Second Life.

Evaluatie
Ik vond het college van David de Nood behoorlijk interessant, maar miste wel een eigen inbreng van zijn kan t in de discussies. Het is duidelijk dat De Nood niet veel afstand weet te nemen van zijn onderzoeksobject; soms lijkt hij meer een evangelist dan een wetenschapper. De opzet stelling-context-discussie was mij wel naar de zin. Tenslotte is de invloed van nieuwe media op Second Life lastig te omschrijven omdat Second Life zonder nieuwe media überhaupt niet kan bestaan. Kortom, een interessant college waar de spreker wat meer weerwoord had verdiend.

woensdag 24 september 2008

Nieuwe media en het auteursrecht - Een plenair debat

Reflectie op het leiden van een debat

Afgelopen week vond het eerste door studenten geleide debat in de werkgroep plaats. Dit werd georganiseerd en geleid door vijf studenten, waaronder ikzelf. In deze post zal ik ingaan op de voorbereiding, de taakverdeling, de uitvoer en de evaluatie van dit debat.

De Voorbereiding
Bij het verdelen van de groepen werd duidelijk dat er samengewerkt zou gaan worden met Marlies Meilof, Michiel de Vries, Erik de Wild en Sebastiaan van Zanten. Een lekker spraakzaam gezelschap, dus dat zou wel goedkomen. Dinsdag na het hoorcollege zijn we bij elkaar gekomen en hebben we onze stellingen op tafel gegooid. Al snel bleek dat de meeste stellingen niet leidden tot verdeeldheid; iedereen was voor of iedereen was tegen. Na enig gepuzzel kwamen er toch drie bediscussieerbare stellingen bovendrijven, te weten:

De oplossing voor het piracyprobleem ligt in het toevoegen van waarde aan een legaal verkregen kopie
Het papier gaat de CD achterna
Er moet betaald worden voor mediagebruik in plaats van voor bezit

Over deze drie stellingen was in ieder geval discussie binnen onze groep, dus leken ze geschikt voor het debat. Volgende agendapunt was de taakverdeling. Ik werd tot voorzitter gebombardeerd aangezien ik de meeste know-how over het onderwerp leek te hebben. De overige leden werden verdeeld in voor en tegen en we besloten de werkgroep al voor het debat in tweeën te verdelen. Eén helft zou steeds voor zijn, de andere tegen. Dit leek ons een goede oefening in het inleven in andermans standpunt. Donderdag de volgende afspraak voor een deel van het groepje. Die ochtend werden draaiboek en powerpoint gefabriceerd en vervolgens vertrokken we naar University College.

De Uitvoering
Na de pauze mochten we dan eindelijk ‘los’. Nadat ik een korte inleiding had gegeven kon de discussie beginnen. Na twee minuten bedenktijd mochten ‘de experts’ van beide kanten in één minuut toelichten waarom ze voor of tegen waren. Hierna was de discussie open voor de hele zaal. Bij de eerste stelling waren het vooral onze groepsleden die aan het woord waren. Er werden punten gemaakt, maar de discussie verzandde regelmatig in het uitmelken van voorbeelden terwijl de principiële argumenten vervolgens niet meer behandeld werden. Daarnaast miste ik van de voorstanders het argument dat er nog wel degelijk exclusieve extra’s bestaan. Deze zullen echter wel een niet-digitale vorm moeten hebben (t-shirts, concertkaartjes). Na deze eerste discussie werd er meteen geëvalueerd, waarbij de algemene kritiek was dat de groepen niet wisten welke kant ze op moesten met het debat. Daarom werd besloten bij de tweede stelling één van de twee voorbbereidingsminuten te besteden aan het overleggen over de richting van de argumentatie.

In de tweede discussie was het effect van deze ingreep duidelijk, er zat meer richting in het debat en men sprong minder van de hak op de tak. De voorstanders bleven hameren op de technische voordelen van het elektronisch distribueren en consumeren van literatuur terwijl de tegenstanders zich concentreerden op het gebruiksgemak van papier. In deze discussie miste ik de argumentatie dat het stoffelijke van een boek de waarde bepaald en een volle boekenkast een statussymbool is, dit in tegenstelling tot een e-Reader. Ook in de evaluatie van deze discussie hamerde Thomas vooral op het gebrek aan lijn in de argumentatie van de verschillende kampen. Het is volgens hem vaak zo dat de partijen het toch niet eens worden. De onpartijdige toeschouwer wordt overtuigd door de argumentatielijn die het best is neergezet. De derde stelling is helaas niet meer aan de orde gekomen.

Over de moderator (mijn persoontje) was de groep tevreden, al werd ik soms als betuttelend ervaren en soms als te weinig sturend. De afweging om een bepaald argument al dan niet in te brengen vind ik nog erg moeilijk. Aan de ene kant moeten alle argumenten aan bod komen in een discussie, maar aan de andere kant wil ik als gespreksleider niet partijdig overkomen.

De Evaluatie
Tijdens de evaluatie na het college zijn we met ons groepje tot enkele conclusies gekomen. Onze goede en slechte punten komen hieronder aan bod.

Ten eerste is gebleken dat onze opstelling niet goed was. De groepsleden stonden achter de andere studenten, wat leidde tot een gebrek aan interactiviteit. De groepsleden hadden moeten zitten of iedereen had moeten staan. Waarschijnlijk had de laatste optie tot de meeste discussie geleid. We waren wel tevreden over de beslissing om de experts eerst te laten spreken, aangezien op deze manier een rode lijn kan worden uitgezet. Ook waren we tevreden over de rigide verdeling van de groep in voor en tegen. Dat sommigen enigszins verontwaardigd waren is alleen maar een teken dat het een goede oefening is in het completer voorbereiden van een discussie.

Over de inhoud van de discussies waren we behoorlijk tevreden. Er werden open argumenten gebruikt en de discussies waren behoorlijk in balans. Ook de participatie vanuit de werkgroep was volgens ons voldoende. Minder was dat sommige argumenten niet aan de orde zijn gekomen en er soms wat diepgang miste. Daarnaast werd er af en toe te lang gediscussieerd over voorbeelden terwijl het om principiële meningsverschillen zou moeten gaan.

Ten slotte wil ik nog even op mijn eigen rol ingaan. Ik ben redelijk tevreden over mijn inbreng. Naar mijn mening heb ik op de juiste momenten beurten gegeven en zoveel mogelijk iedereen zijn of haar zegje laten doen. De orde en samenhang in de discussie waren dan ook geen probleem. De volgende keer zal ik echter zeker moeten verbeteren. De stellingen moeten strakker worden ingeleid, zodat de discussie specifieker kan zijn. Daarnaast kan ik me als voorzitter meer bemoeien met de richting van het debat door te resumeren en daarbij de aandacht op bepaalde argumenten te vestigen.

Resumerend wil ik dan ook zeggen dat het eerste groepsdebat een stimulerende en leerzame ervaring was. Ik ben benieuwd hoe de andere groepen gaan variëren in de opzet van hun debat en heb nu al zin om weer gewoon een debater te zijn.

De powerpoint van ons debat is hier te vinden.

Digitale Televisie - De VPRO vs. Van Vliet?

Deze week is het thema Nieuwe Media en Televisie. Er werd een presentatie gegeven door Sanne Smeets en Maaike Rijpstra van Holland Doc, het digitale documentairekanaal van de VPRO. Daarnaast stond de tekst Where Television and Internet meet… (pdf) van Harry van Vliet op het programma. Ik zal proberen om tekst en presentatie met elkaar te verbinden waar dat mogelijk is, al stamt de tekst uit 2002 waardoor de inhoud nogal achterhaald is. Ik zal mij in deze post vooral concentreren op de digitale televisie, en minder ingaan op rechtenkwesties en dergelijke.

De auteurs
Zoals gezegd werken Sanne Smeets en Maaike Rijpstra voor de VPRO, het is dan ook logisch dat ze daar eerst wat over vertelden. De VPRO wil nieuwe media gebruiken om te interacteren met het publiek. Vervolgens verschoof de focus naar Holland Doc. Harry van Vliet heeft opleidingen psychologie en film- en televisiewetenschappen gevolgd en is momenteel lector aan de Hogeschool Utrecht en werkt voor het Telematica Instituut in Enschede.

Holland Doc
Holland Doc is een digitaal thema-kanaal van de VPRO. De 'zender' richt zich volledig op documentaires, die op verschillende manieren worden verspreid. Zo wordt er uitgezonden via het open net op TV en radio, wordt er streaming content aangeboden via de website en is er een YouTubekanaal. Tenslotte is er het digitale kanaal dat via de verschillende aanbieders van digitale TV kan worden ontvangen.

Digitale Televisie
Digitale televisie heeft een aantal duidelijke voordelen ten opzichte van traditionele televisie. Ten eerste is het aantal aangeboden kanalen veel groter. Daarnaast is ook de interactie met kijkers makkelijker door ingebouwde feedbacksystemen. Ook de mogelijkheid om on-demand programma's te kijken is een voordeel voor de kijker, evenals het vereenvoudigde opnemen van programma's. Het belangrijkste gevolg volgens Van Vliet is de verandering van de content die plaats zal moeten vinden om aan de digitale verwachtingen te voldoen. Daarnaast stelt hij dat het simultane aspect van televisie verloren zal gaan door on-demand kijken. Nadelen zijn er echter ook. Zo zijn er hogere kosten verbonden aan de settop box en het digitale abonnement. Bovendien is voor elk televisietoestel een aparte decoder vereist. Van Vliet stelt dat daarna de kosten van programmaproductie sterk zullen stijgen wanneer de interactiviteit ervan vergroot moet worden.

De digitale kanalen hebben volgens Smeets en Rijpstra de nodige gevolgen voor het televisiebestel. Zo zullen kanalen niet langer worden gevuld door één omroep maar worden ingericht op thema. Van Vliet is het hier met ze eens.

Televisie vs. Internet?
Het is belangrijk om te beseffen dat digitale televisie zich ergens tussen de computer en de televisie ontwikkelt. De televisie wordt steeds persoonlijker, terwijl de computer een steeds rijkere media-ervaring aanbiedt. De verwachting is dat er uiteindelijk weinig verschil zal zijn tussen de computer en de televisie (de moderne decoder is in wezen al een computer).

Vereisten voor slagen Digitale Televisie
Er moet volgens Van Vliet meer gebeuren dan slechts beeld- en geluidskwaliteit verbeteren, aangezien televisie meer wordt gekeken om de inhoud dan om de beeldkwaliteit. Er moet dus gebruik gemaakt worden van het digitale platform door zaken als een persoonlijke gids en VoIP aan te bieden. Daarnaast stelt Van Vliet dat het niet alleen gaat om de features, maar vooral om de usability van de settop boxes.

Interactiviteit
Volgens Van Vliet is zappen de eerste vorm van interactiviteit, en is de meest extreme vorm het bepalen hoe een programma verloopt. Interactiviteit moeten we volgens mij zien als de mogelijkheid van de kijker om in te grijpen. het gaat hier ook om de 'strijd' tussen on-demand en traditionele programmering. De interactiviteit kan worden ingezet om een persoonlijke programmering te maken, maar kan ook helpen bij het creëren van een persoonlijke gids.

Rechten

Het is duidelijk dat het auteursrecht een belangrijke rol speelt in het digitale-televisie discourse. Nu de reikwijdte van uitzendingen niet langer beprekt wordt door de antenne die ze uitzendt moet er explicieter rekening worden gehouden met de beperkingen van licenties op geografisch gebied. De meeste streams zijn dan ook maar in één land te kijken. Als we kijken naar het budget dat Holland Doc heeft per documentaire (€ 230) is dat ook niet zo gek. Smeets en Rijpstra gingen dan ook in op het Creative Commons initiatief, dat Holland Doc in staat zou kunnen stellen meer en beter uit te zenden.

Van Vliet Gedateerd?

Het is duidelijk te merken dat de tekst van Van Vliet al in 2002 werd geschreven. Beperkingen zoals de beschikbaarheid van een 'return-path' naar de aanbieder zijn momenteel niet meer aan de orde. Hij heeft wel goed gezien dat de inhoud van het internet zou verschuiven van tekst en plaatjes naar rijke media-content. Hierbij had Van Vliet echter ook kunnen voorzien dat de bandbreedte ook toe zou nemen, evenals buffertechnieken. Het is interessant dat Van Vliet de Home Media Server voorspelt, een concept dat met de introductie van Windows Home Server in enkele huizen is doorgedrongen.

Conclusie

Na het lezen van de tekst en het luisteren naar Smeets en Rijpstra is het duidelijk dat het debat over digitale televisie nog lang niet afgelopen is. Sommige standpunten van Van Vliet getuigen achteraf van een vooruitziende blik terwijl andere de tand des tijds niet zonder schade hebben doorstaan. Ik vond de dames van de VPRO bij het beantwoorden van vragen wel erg gericht op hun eigen standpunt, daarom heb ik die vragen hier ook niet weergegeven.

vrijdag 19 september 2008

Zoekverslag Nieuwe Media en Auteursrecht

Dit zoekverslag is geschreven door Erik de Wild en Sebastiaan van Zanten. Ik heb me zelf met het zoeken naar bronnen niet echt bezig gehouden aangezien ik verantwoordelijk was voor het voorzitterschap en de slides voor de presentatie.

Hieronder zullen de bronnen worden besproken die zijn opgezocht/gebruikt bij het debat van week 2: Internet en Auteursrecht. De bronnen zijn vooral gebruikt om het debat vorm te geven, en een enkeling is gebruikt in het debat zelf. Het zoeken vond vooral via www.google.com plaats. Zoektermen die gebruikt zijn waren onder andere: piracy, nin, brein, (legale)kopie, auteursrecht etc.

De bronnen zijn per stelling verdeeld in alfabetische volgorde om deze zo te kunnen koppelen aan de verschillende stellingen.

Stelling 1: De oplossing voor het piracy probleem ligt in het toevoegen van waarde aan een legaal verkregen kopie.
http://www.edge-online.com/blogs/the-gamers-bill-rights
In zijn blog bespreekt Brad Wardell de zogenaamde ‘Gamers Bill of Rights waarin bepaalde rechten van gamers worden besproken. Dit zijn eigenlijk meer behoeften van gamers die gewoon een game willen spelen en niet onderbroken willen worden door buggs, updates of niet afgemaakte software. Dit is vaak alleen te bereiken door betaalde games te spelen zodat developers meer middelen hebben om de games af te maken. Aan de andere kant willen gamers geen last meer hebben van vervelende kopieerbeveiligingen en ‘no-return policies’; ze willen als betalende consumenten niet behandeld worden als criminelen. Dit artikel kan helpen te bevestigen dat het niet bevredigen van de behoeften van de consument of zelfs het dwarsbomen van een consument negatieve gevolgen kan hebben voor het product.

http://games.slashdot.org/article.pl?sid=08/09/09/0053229
Dit artikel gaat, naar aanleiding van het artikel op Edge-Online, verder in gesprek met Wardell. Hij krijgt de kans om zijn standpunt(en) uit te leggen en voorbeelden te geven. Hierin noemt hij een aantal voorbeelden die goed gebruikt kunnen worden waarbij een van de grootste bedrijven in de ict branche, Microsoft, zelf ook voorstander zijn van oplossingen die hij noemt. Deze toezegging kan als argument gebruikt worden dat de industrie zelf ook op zoek is naar alternatieven om piracy op een positieve manier te bestrijden.

www.nineinchnails.com
Een goed voorbeeld van een werkend concept waarbij mensen zelf kunnen kiezen of ze willen betalen voor een legale kopie of niet, en zo ja, in welke mate. Bij het nieuwe album van de band ‘Nine Inch Nails’ konden fans via de internetsite een deel van het album gratis krijgen tot een speciale editie met veel extra’s ter waarde van 300 Dollar. Door deze verdeling is het voor fans mogelijk om te kiezen tussen een gratis (maar niet volledige kopie) tot een echt album met extra’s. Dit voorbeeld kan helpen beargumenteren dat er wel degelijk een markt is voor legale kopieën met extra toegevoegde waarde.

woensdag 17 september 2008

Kuik vs. Diesen - Brein vs. Brai

Het is dinsdagochtend (heel) vroeg en tijd voor het eerste gastcollege. Tim Kuik komt zijn traditionele anti-piracytoespraak houden (inderdaad, ik volg dit vak voor de tweede keer) en Michiel van Diesen mag tegenwicht bieden aan het opperhoofd van Brein. Het relaas van dhr. Kuik spitste zich toe op de volgende stelling
Het is immoreel om geld te verdienen met behulp van producten waar anderen de rechten op bezitten.
Tegen deze stelling is weinig in te brengen. Dhr. Kuik onderbouwt zijn stelling door uit te leggen hoe de mensen achter torrentsites (het meest recente doelwit van Brein) miljoenen aan advertentie-inkomsten binnenkrijgen. Er volgt een uiteenzetting van de mogelijkheden die sitebeheerders hebben om aangeboden content te screenen zodat 'illegale' content geweerd kan worden.

Na dhr. Kuik komt de voor mij onbekendere Michiel van Diesen aan het woord. Van Diesen werkt voor Veronica als Business Analist in het Medialab. Hij houdt zich onder andere bezig met het ontwikkelen van nieuwe manieren om content aan te bieden met behulp van nieuwe media. Vanuit deze functie volgt hij de ontwikkelingen op filesharing-gebied dan ook op de voet. Volgens hem ligt de oplossing van het filesharing-probleem bij de rechthebbenden en niet bij de ge- en misbruikers. Zijn eerste stelling is:
De platenmaatschappijn zijn veel te bang waar het verspreidingsinitiatieven in de digitale ruimte betreft.
Deze stelling licht Van Diesen toe aan de hand van concrete voorbeelden. Zo is het runnen van een internetradiostation onmogelijk door de vergoeding die de rechthebbenden verlangen per uur per luisteraar. Ook snapt hij niet waarom de media-industrie dan niet zelf de miljoenen binnenhaalt als de torrentsites dat kunnen. Tenslotte neemt Van Diesen de media-industrie kwalijk dat ze de legale gebruikers straffen voor de kwade daden van de misbruikers. Zijn conclusie was dan ook:
De entertainmentindustrie heeft niet zozeer last van piraterij, maar van een gebrek aan innovatie. Om te overleven moeten platen- en filmmaatschappijen daarom zo snel mogelijk – samen met marktpartijen – innoveren.
Q & A
Na de twee monologen is het tijd voor discussie vanuit de zaal. Er worden enkele interessante vragen gesteld, in eerste instantie aan dhr. Kuik. Zo is er de vraag of de teruglopende inkomsten wel geweten kunnen worden aan het downloaden, terwijl ook de concurrentie om het besteedbaar inkomen enorm is toegenomen (kosten voor internet en mobiel bellen bijvoorbeeld). Kuik stelt dat er inderdaad meer concurrentie was maar gaat vervolgens weer zijn hele verhaal afsteken. Ook word nog gevraagd waarom Brein de rol van handhaver op zich genomen heeft. Kuik maakt duidelijk dat dat te maken heeft met het feit dat de overheid dit niet gaat doen, en er dus geen andere mogelijkheid is dan de handhaving in eigen hand nemen. Tenslotte wordt aan Van Diesen gevraagd welk model volgens hem wél zou gaan werken. Van Diesen is van mening dat een all-you-can-eat model kan werken, maar laat ons achter met de vraag wie de content dan moet aanbieden.

Al met al was het een leerzaam college waarin ook voor de doorgewinterde auteursrechtenspecialist nog wel wat interressants te vinden was.

De uitspraken van Kuik en Van Diesen staan tegenover elkaar, maar ze vertegenwoordigen ook een verschillende invalshoek. Kuik richt zich op de principiële stelling dat er niet gestolen mag worden, terwijl Van Diesen een meer pragmatische instelling heeft. Deze instelling zien we ook terug in de tekst van Kembrew McLeod. Hij begrijpt niet waarom een platenmaatschappij hem lastigvalt als er van misgelopen inkomsten geen enkele sprake is.

Verslag Werkcollege 1, 11 september 2008

Twee dagen na het eerste 'hoorcollege' was het tijd voor het eerste werkcollege. Al snel werd duidelijk dat we hier vooral het debatteren gaan oefenen. Na de pauze was het tijd om voor het eerst een stelling te poneren. Bij deze ronde zat ik in de jury en was ik vooral verantwoordelijk voor de tijdshandhaving (iedereen had één minuut om zijn stelling te poneren en nog één minuut om vragen te pareren). Helaas zorgde deze taak ervoor dat ik me maar moeilijk kon concentreren op de daadwerkelijke presentatie van mijn medestudenten. Wel was het duidelijk dat er een behoorlijk verschil in ervaring was.

Gedurende de bespreking kwamen enkele tips meerdere keren naar voren:
  • Rustig praten, niet proberen om zoveel mogelijk te zeggen
  • Óf je handen in het zicht gebruiken, óf ze stil houden.
  • Oogcontact maken. Doe dit rustig, niet schichtig om je heen kijken. Richt je op de hele ruimte.
  • Presenteer je stelling aan het begin, aan het einde, of aan het begin én het einde van je verhaal.
  • Zorg dat je stelling samen te vatten is in één à twee kernzinnen.
Volgende week meer ontwikkelingen van het debatfront.

12 Angry Men - Of valt dat wel mee?


Dinsdag 9 september heb ik voor de 3e keer de film 12 Angry Men gezien. De bijbehorende opdracht was het analyseren van de lichaamstaal van één van de karakters. Ik heb gekozen voor Juror No. 7, de man met de hoed.


Voor Nr. 7 is de juryplicht inderdaad een plicht. Dit blijkt ook uit zijn lichaamstaal. Gedurende de hele film is dit jurylid vooral ongeduldig en ongeïnteresseerd. Dit kan komen doordat hij die avond nog naar een sportwedstrijd wil. Hij komt ook niet kijken als Henry Fonda zijn mes naast het moordwapen zet.

In de film zien we Juror No. 7 wel opgewonden raken. Zijn momenten van frustratie zijn echter niet gebaseerd op meningsverschillen, maar op het steeds langer duren van de vergadering. Hij wendt zich dan ook regelmatig af van de discussie. zijn desinteresse blijkt ook uit het feit dat hij juist wel geïnteresseerd is in andere dingen, zoals de ventilator. Hij is ook de enige die blijft zitten tijdens de monoloog van de oudere man. Al deze 'non-verbale' acties leiden tot de overtuiging dat Juror No. 7 eigenlijk niet geïnteresseerd is in de rechszaak.

Welkom!

Welkom allen, bij mijn tweede poging het vak Niewe Media in het Actuele Debat met een voldoende af te sluiten. Eén van de belangrijkste redenen om die gewenste 7,5 ECTS binnen te slepen moet dit blog worden. Tot de volgende post..