Werkgroepoefening
Op 2 oktober werd er in de eerste helft van het werkcollege een centraal debat gehouden. Hierbij had ik de rol van scrounger, dat wil zeggen dat ik moest letten op het gebruik van bronnen en argumenten. De stelling waarover werd gediscussieerd had betrekking op virtuele financiën.
"Het gebruik van echt geld in virtuele werelden moet verboden worden."
In deze discussie had de voor-partij meerdere argumenten. Zo zou er volgens Mandy criminaliteit ontstaan als er echt geld zou zijn, en is een ontmoetingsplatform volgens Dave niet gebaat bij commercialiteit, en wordt zonder geld creativiteit gestimuleerd. De tegenpartij stelde bij monde van Don dat als er geld werd geïnvesteerd, er ook geld uit moest kunnen komen. Puck, Eefje en Don stelden gedurende de discussie allemaal dat geld een onmisbare factor is bij innovatie. Zonder beloning is er immers geen incentive om te innoveren.
Er werden in dit debat al meer bronnen gebruikt dan in de voorgaande discussies, maar soms was de verwijzing te vaag (Mandy verwees naar 'een artikel op internet'). Duidelijk was ook dat de voorpartij minder bronnen had dan de tegenpartij.
De voorpartij maakte een grote fout door niet voor één argumentatielijn te kiezen. De tegenpartij deed dit wel en werd dan ook tot winnaar van het debat uitgeroepen.
Debatoefening
Na de pauze was het tijd voor het debat georganiseerd door een deel van de werkgroep. Deze werkgroep had de inrichting van de discussie radicaal veranderd. Niet alleen werden voor- en tegenposities verdeeld, de debaters kregen ook specifieke rollen, zoals huismoeder of directeur. Het debat vond plaats aan een soort vergadertafel, waardoor de debaters dichter bij elkaar zaten. De eerste discussie had als onderwerp:
"Second Life moet onderdeel blijven van vrijetijdsbesteding en geen prioriteit vormen in het dagelijkse leven."
In deze discussie speelde ik zelf geen rol en dus zou ik de discussie goed moeten kunnen volgen. Helaas zorgde de opstelling ervoor dat het voor de niet-debaters moeilijk was om de discussie te volgen. We hadden namelijk geen zicht op de rollen en keken tegen de rug van de debaters aan. Doordat de debaters dicht bij elkaar zaten praatten ze ook zachter en waren dus moeilijk te volgen. Desondanks viel er nog het nodige op en aan te merken.
Ik vond het debat eigenlijk niet zo sterk. Er werd veel door elkaar gepraat en er was geen echte argumentatielijn terug te vinden. Ook weken de groepen af van het voorgestelde format. Dit had echter geen gevolgen voor de discussie, dus het ingrijpen van de organiserende groep was overbodig en verstoorde de discussie.
In de tweede discussie mocht ik wel actief deelnemen. De stelling was:
"Het rechtssysteem moet worden aangepast om misdrijven in de virtuele wereld te kunnen bestraffen."
Ik was ingedeeld bij de voorstanders en mijn rol was die van directeur. Deze rol in deze discussie kwam mij goed uit, het was namelijk een perfecte mogelijkheid om de argumentatielijn uit te zetten. Ons argument was dat waar echt geld gewonen en verloren wordt ook echt gestraft moet worden. Dit argument konden we gedurende de hele discussie blijven herhalen. Na de discussie kregen we van Nick het compliment dat dit de eerste discussie was geweest die hij van begin tot eind had kunnen volgen. Ook Thomas was tevreden over de lijn en het samenvatten.
Evaluatie
Na de discussies was het tijd voor een evaluatie. Het gebruik van bronnen en het uitzetten van een argumentatielijn was toegenomen, maar bronnen moesten scherper worden neergezet. Samenvattingen en metaposities konden ook nog een stuk scherper en beter. ook was het duidelijk dat het verkleinen van de fysieke afstand tussen debaters leidt tot verminderd overzicht voor de toeschouwers. Het uitdelen van rollen was een interessant experiment. Het werkte voor de meeste deelnemers zowel stimulerend als beperkend. Vanuit een vaste positie praten is vaak makkelijker. Aan de andere kant verlies je de mogelijkheid om bepaalde argumenten te gebruiken. Over mijn eigen rol in het tweede debat was ik erg tevreden. Ik merk dat ik steeds beter wordt in het uitzetten van een argumentatielijn en de afsluitende repliek. Ik denk dan ook dat ik me in het einddebat op deze twee taken zal moeten richten.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten