Oefening
Deze oefening leek erg veel op de oefening van vorige week, alleen was het nu de bedoeling dat er een voorzitter en een secretarisrol vervuld zouden worden door de twee personen die niet meediscussiëerden. Helaas had ons groepje te maken met een nieuw lid en een ziektegeval waardoor ik de enige was met een voorbereide argumentatie. Daarom werd besloten dat ik mijn
aantekeningen doorgaf aan Don en zelf de stelling zou verdedigen in plaats van aan te vallen. Marlies nam zowel de rol van voorzitter als die van secretaris op zich. De discussie verliep uiteindelijk aardig, waarbij beide partijen een redelijk duidelijke lijn uitzetten. Door de niet optimale voorbereiding en personele bezetting waren we echter erg benieuwd naar de bevindingen van de andere groepjes.
Voorbeelden:
Voorbeelden kunnen een belangrijke argumentatie zijn, mits ze herkenbaar zijn voor het publiek.
Bronnen:
Bronnen leveren geloofwaardigheid, maar het gebruik moet wel aan voorwaarden voldoen:
- De bron moet ingepast worden in de argumentatie.
De bron moet exact genoemd kunnen worden.
De bron meenemen werkt nog beter.
Lichaamstaal:
Lichaamstaal kan een argumentatie maken of breken.
Nonchalant of agressief kan
allebei, mits juist toegepast.
Niet ineengedoken zitten!
Handengebruik is goed.
Geen zenuwachtig gedoe met pennen of iets dergelijks!
Goede debaters richten zich naar elkaar of het publiek, maar niet naar de voorzitter.
Argumentatieopbouw:
Debaters kunnen hun argumentatielijn beter opzetten door te letten op:
- Keywords, woorden die steeds terugkomen in het debat.
Voordat ze reageren samenvatten wat de andere partij heeft gezegd.
Nuances aanbrengen vóór de eigen argumentatie, niet erna.
De argumentatie ook een staart te geven.
Voorzitter:
De voorzitter moet zijn rol vervullen door:Actief te blijven tijdens de discussie.
Niet om uitleg te vragen, dat is een taak voor de debaters.
Overige tips:
- Niet vragen, dit geeft de opponent ruimte voor eigen argumentatie.
Retorische vragen kunnen wel, omdat ze als argument werken.
Niet de term ‘ik vind’ gebruiken.
Plenair Debat
Na de pauze was het tijd voor de plenaire discussie over Nieuwe Media en Televisie. De organisatoren hadeen gekozen voor een andere opzet dan vorige week. Zo hadden ze besloten bij elke stelling slechts de helft van de groep mee te laten doen om iedereen meer aan de beurt te laten komen. Daarnaast waren er hand-outs met de belangrijkste punten en gingen de debaters staan. Deze opstelling had enkele leuke gevolgen, zo kon een beurt worden gevraagd door een stap naar voren doen en kon een debater ook overlopen naar de andere kant. Het tijdsschema was drie minuten overleg, anderhalve minuut voor de hoofdlijn en 7 minuten voor het
centrale debat. Tenslotte werd het debat samengevat door de voorzitter. De stelling die als eerste werd besproken was:Reguliere televisieprogrammering moet plaats maken voor gepersonaliseerde televisie
De voor partij hield het bij één hoofdargument (kijken wat je wil) terwijl de tegenpartij wel vijf verschillende argumenten inbracht. Het ontbrak bij de tegenpartij dus aan een duidelijke argumentatielijn.
- Sommige leden van de organiserendegroep waren wat weifelend.
Bob nam heel goed een metapositie in, waarbij door zijn rustige stem ineens iedereen even echt luisterde. Minder vaak het woord nemen kan dus tot meer aandacht leiden.
Nick, de voorzitter, had een uitermate geïnteresseerde houding.
De discussie werd uiteindelijk door slechts een klein aantal mensen gevoerd.
Er moet (meer) ruimte gemaakt worden voor een amateuristisch communicatieplatform binnen het Nederlandse televisiebestel
Het was voor mij meteen duidelijk dat ik tegen deze stelling zou zijn vanwege de tegenstelling tussen de grote (en dure) professionaliteit van televisie en het lagere niveau van amateuristische bijdragen. Volgens mij zou het systeem niet werken doordat de tijd op televisie gewoon te duur en beperkt is voor een dergelijk initiatief van relevante omvang. Dit punt heb ik ook geprobeerd te maken. Tijdens de discussie was opvallend dat aan onze kant de argumenten van meer personen kwamen terwijl op een gegeven moment de verdediging van de opponenten in handen van één persoon kwam te liggen. Uiteindelijk kwam het ook zo ver dat één van de initiële voorstanders zich bij onze groep aansloot. Enkele punten die op onze discussie werden aangemerkt waren:
Het is goed om een ‘tweetrapsraket’ in te zetten. Een argument wordt ingezet door een groepslid waarna een ander het punt nog versterkt.
- Er moeten meer bronnen worden gebruikt.
- Voorbeelden moeten tot de verbeelding van het publiek spreken.
Persoonlijke evaluatie
Naar aanleiding van alle genoemde tips en richtlijnen wil ik ook mijn eigen functioneren in het werkcollege evalueren. Ik vind mezelf een behoorlijke debater maar er zijn zeker nog punten waaraan gewerkt moet worden. Met name het bronnengebruik is een onderdeel van het debatteren waarvan ik vind dat ik mezelf er nog in moet verbeteren. Ik voer debatten en discussies over hetalgemeen op basis van mijn algemene kennis en analytisch vermogen. Dit heeft voordelen omdat ik ook zonder voorbereiding mijn standpuntkan verdedigen. Het nadeel is echter dat wanneer de tegenpartij welmet een bron komt zijn geloofwaardigheid onmiddellijk sterk toeneemten die van mij zonder bron daarbij achter kan blijven. Het gaathierbij ook vooral om het benoemen van bronnen. Ik zal dus moeten opletten dat ik bij het genereren van kennis over een onderwerp ook bij houd waar die kennis vandaan komt. Een ander verbeterpunt is mijn dominantie in discussies. Ik heb nogal de neiging om een discussie in mijn eentje te willen voeren, waarbij ik niet van nature het woordaan een ander laat. Dit blijft een aandachtspunt.Sterke punten heb ik als debater natuurlijk ook. Ik vind (nu mag het wel!) mezelf vasthoudend,
analytisch sterk en flexibel genoeg om in te spelen op de argumentatie van anderen. Daarnaast blijf ik over het algemeen kalm en ben ik creatief in het gebruik van voorbeelden. Mijn voornaamste kracht is denk ik mijn houding. Door lichaamshouding, gebruik van handen en intonatie ben ik overtuigender in mijn argumentatie. Dat ik daar niet op hoef te letten zorgt ervoor dat ik mijn aandacht bij de discussie zelf kan houden en dus een voordeel heb ten opzichte van anderen. Mijn doel voor de komende weken is om het bronnengebruik te verbeteren en vaker een metapositie in te nemen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten