woensdag 1 oktober 2008

Nieuwe Media en Second Life

Het college van deze week ging over virtuele werelden en dan vooral Second Life. Aan het woord was David de Nood, die ook mede-auteur is van de tekst die op het programma stond (pdf). De Nood werkt voor het EPN, waar hij onderzoek doet naar virtuele werelden in het algemeen en Second Life in het bijzonder. Ik zal in alleen in de conclusie terugkomen op de tekst aangezien er vanzelfsprekend geen grote meningsverschillen zijn tussen een presentatie en een tekst van dezelfde auteur.

Perceptie vs. Feit
De presentatie van De Nood begon met de perceptie die de media volgens hem hebben van Second Life. Het zou gaan om geeks en nerds die allemaal op zoek zijn naar sex. Daarnaast zou het een slecht businessmodel zijn en een verslavend effect hebben op de Second Lifers. Het rapport dat De Nood voor het EPN heeft geschreven is een poging om feitelijke kennis over Second Life te produceren. Voor het onderzoek zijn in de virtuele omgeving Second Life enquêtes uitgedeeld, waar vervolgens op gereageerd is. Er is een poging gedaan om objectiviteit te waarborgen door verschillen enquêteurs in te zetten die op verschillende locaties in tijd en ruimte questionnaires uitdeelden. In hoeverre de resultaten van dit onderzoek representatief zijn voor Second Life in zijn geheel is dus niet met zekerheid te zeggen, maar de objectiviteit is volgens De Nood in ieder geval groter dan in de tendentieuze stukken die in de media worden verspreid. De antwoorden die de gebruikers gaven zijn naast eenzelfde questionnaire gelegd die beantwoord isdoor een doorsnede van de bevolking.

Uitkomsten
Uit het onderzoek is gebleken dat de gebruikers van Second Life betrekkelijk weinig verschillen van de gemiddelde mensen in de samenleving. De vele voorbeelden van deze uitslag zal ik hier niet herhalen, aangezien die terug te vinden zijn in de tekst.

Discussie
Het college werd voor mij pas interessant toen we aankwamen bij de verschillende stellingen die De Nood had voorbereid. Hij liet steeds de stelling zien en gaf daarna wat contextuele informatie, waarna wij (de studenten) mochten reageren. Ik zal hieronder enkele stellingen en de bijbehorende discussies bespreken.

"Mensen die veel tijd in virtuele werelden doorbrengen, zijn vaak in het 'echte' leven niet zo succesvol."

Deze stelling leidde tot uiteenlopende reacties, waarbij ook de vraag of oefenen in Second Life kan helpen in het echte leven de revue passeerde.

"De virtuele economie zal een enorme impact hebben op de echte economie."

Over deze stelling werd het heftigst gedebatteerd. Zo was Erik van mening dat luxe goederen geen waarde hebben in vergelijking tot primaire behoeften en virtuele goederen geen reële waarde hebben terwijl ik denk dat de tijd die in het creëren/verzamelen van virtuele goederen wordt gestoken evenveel waarde heeft als de tijd die wordt besteed aan het verkrijgen van reële goederen. De virtuele economie is dus niet los te zien van de reële economie, al helemaal aangezien de Euros op de bank net zo virtueel zijn als de Linden-Dollars in Second Life.

Evaluatie
Ik vond het college van David de Nood behoorlijk interessant, maar miste wel een eigen inbreng van zijn kan t in de discussies. Het is duidelijk dat De Nood niet veel afstand weet te nemen van zijn onderzoeksobject; soms lijkt hij meer een evangelist dan een wetenschapper. De opzet stelling-context-discussie was mij wel naar de zin. Tenslotte is de invloed van nieuwe media op Second Life lastig te omschrijven omdat Second Life zonder nieuwe media überhaupt niet kan bestaan. Kortom, een interessant college waar de spreker wat meer weerwoord had verdiend.

Geen opmerkingen: