vrijdag 10 oktober 2008

WC5 - Experiment in Dynamiek

Ook deze week bestond het werkcollege uit drie 'grote' debatten. De eerste ronde mocht er gediscussieerd worden over de stelling

“E-learning draagt bij aan het verhelpen van het lerarentekort in het onderwijs”

Ik mocht me tegen deze stelling opstellen. Helaas is de stelling vrij voorzichtig, bijdragen is namelijk wat anders dan oplossen. Gedurende de voorbereiding hebben we dan ook besloten om de stelling breder te trekken en de kwaliteit van het onderwijs ter discussie te stellen. Dit lukte aardig, maar het gevolg was wel dat de voor- en tegenpartij nogal langs elkaar debatteerden. Door samenvatten en metaposities probeerden we wel te demonstreren dat onze lijn belangrijker was, maar we hadden meer de nadruk moeten leggen op het feit dat het lerarentekort oplossen niet gelijk staat aan het onderwijsprobleem oplossen en er dus niet over alleen het lerarentekort kan worden gediscussieerd. Het is dus duidelijk dat we onze argumentatielijn nog beter hadden kunnen uitzetten.

Opvallend was dat Michiel (één van de voorzitters) tijdens zijn afsluiting in feite het hele debat samenvatte, maar ook nog even duidelijk maakte hoe hij vond dat er gedebatteerd hád moeten worden. Hieruit bleek ook dat hij eigenlijk het liefste had willen meedebatteren. In de evaluatie werd duidelijk dat de bronnen meer verbonden moeten worden met de argumenten. Daarnaast mag er uitgebreider worden ingegaan op de eigen argumenten na het samenvatten van de ander. Tenslotte moeten er meer punchlines worden gebruikt. Sommige argumenten lopen namelijk nog leeg naarmate ze vorderen en verliezen zo hun kracht.

Debatexperiment
De groep die het tweede deel van het debat organiseerde had gekozen voor een verschil in opzet tussen de eerste en de tweede stelling. Dit verschil had met name betrekking op de dynamiek in de discussie. De deelnemers aan de eerste discussie zaten tegenover elkaar en mochten papier gebruiken. Gedurende de tweede discussie stonden de debaters en mocht papier niet gebruikt worden. Tijdens de eerste discussie werden de debaters in een kamp ingedeeld terwijl in de tweede ronde de debaters zelf mochten kiezen (en overlopen). Tenslotte werd het publiek bij het dynamische debat aangemoedigd om aan te moedigen en af te kraken.

Het eerste debat blonk uit in zorgvuldigheid, het gebruik van bronnen en voorbereid debatteren. Veel betrokkenheid van het publiek was er echter niet en de groepsleden hadden moeite om op elkaar in te spelen doordat ze elkaar niet goed konden zien.

Het tweede debat was een stuk dynamischer. Doordat er slechts drie personen tegen de stelling waren werden deze drie mensen extra fanatiek, en het was leuk om te zien dat ook mensen die gewoonlijk niet vel zeggen nu stevig van zich af beten. Ook was er meer sprake van reactie op elkaar en interactie met het publiek. Nadelig was wel dat veel mensen in de grote groep totaal niet aan het woord kwamen. Ook het bronnengebruik viel tegen.

Evaluatie
In dit werkcollege werd duidelijk dat verschillende formats ook tot hele verschillende discussies leiden. Dit is niet alleen iets waar de organisatoren rekening mee moeten houden, maar zeker ook een zorg voor de deelnemers aan een debat. Verschillende formats moeten leiden tot diverse strategieën en het is voor een goede debater dus belangrijk dat hij al deze strategieën beheerst. Over mijn eigen rol in de discussies was ik redelijk tevreden. Wel voel ik enige druk om opening en slotargument te verzorgen, terwijl ik vind dat anderen dat ook moeten oefenen. Ik hoef niet per se elk debat te winnen (al denkt de groep van wel) en vind dat iedereen alles een keer moet oefenen. De belangrijkste tips in dit college waren het gebruik van punchlines/slotzinnen en het tijd nemen voor het toelichten van de eigen argumenten.

Geen opmerkingen: