vrijdag 31 oktober 2008
Commentaar op de blog van Michiel de Vries
Ik weet niet of je er nog veel aan zal hebben, maar hier is dan toch nog mijn commentaar op je blog. Ten eerste ziet de opmaak er prima uit, maar dat had ik ook niet anders verwacht. ik ben het grotendeels eens met het commentaar van Vera. Ik zou hier aan toe willen voegen dat je naar mijn mening soms wat meer afstand kan nemen van de materie. Je betrokkenheid is zeer positief, maar slaat voor mijn gevoel af en toe een beetje door. Je schrijft wel lekker vlot en ik vind dat je blog dus prima wegleest. Een paar spelfoutjes verwijderen en je bent er helemaal! Groeten, Marnix
zaterdag 25 oktober 2008
Commentaar op mijn blog
Commentaar van een medestudent
Mijn Blog is beoordeeld door Bernadett:
Beste Marnix,
Allereerst neem me niet kwalijk als je enkele typ of formuleringsfouten tegenkomt. Hier wordt aan gewerkt. Ik zal je maar 'kort lastigvallen' omdat je je blog nog niet hebt bijgehouden , dus ik kon ook maar de eerste paar weken beoordelen.
Positieve punten:- je formuleert kort, maar bondig. Alles zit er in wat er nodig is. Dat bewonder ik echt. Ik maak altijd lange teksten, met overbodige informatie.- wat je stijl betreft vind ik, dat je het heel goed doet. Je maakt niet te wetenschappelijke teksten. Maar de simpele taalgebruik is ook ver van je. Je hebt een tussenweg gevonden en combineert de twee, zodat je tekst uiteindelijk een 'populaire-wetenschappelijke' stijl
krijgt. Ik vind het heel goed aan je blog.- je reflectie op de werkcolleges en op je eigen rol hierin is heel duidelijk, maar soms heb ik het gevoel, dat je wat minder aandacht aan jezelf mag besteden. (of, moet ik dan meer over mezelf schrijven????:))
Negatiever punten:- allereerst: negatiever, want ik kan eigenlijk geen echt negatieve punten uit die paar weken halen. En je participatie in debatten is geen kwestie; je bent echt één van de sterkste/beste medestudenten uit ons groepje in een debat.- je moet je blog goed bijhouden. Je hebt een grote achterstand, maar hierin ga ik niet diep op, dit heb je al vaak van Thomas Poell gehoord.- Als ik jou was, zou ik in ieder geval checken, wat ik precies in de blog moet opnemen.Marnix! Je hebt zo'n geweldige grote mond en je kan voor zoveel leuke debatten zorgen! Zorg er ook alsjeblieft voor dat je dit vak niet voor de derde keer hoeft te volgen! Haal jezelf in en maak dit vak af! Jij kan het zeker doen. Het zal een grote klus worden, maar ik wens je hier alle succes, tijd en energie voor! Groetjes, Bernadett
Mijn Reactie
Hoi Bernadett,
Bedankt voor je commentaar. Ik liep inderdaad nogal achter, maar gelukkig heb ik het inmiddels bijgewerkt. Ik schrijf inderdaad vrij veel over mezelf, omdat ik vind dat het bij dit vak toch vooral om persoonlijke standpunten en ontwikkeling gaat, meer dan om een puur verslag van de werk- en hoorcolleges. Bedankt voor je enthousiasme en betrokkenheid! Groeten en succes, Marnix
Commentaar
Commentaar van een medestudent
Mijn Blog is beoordeeld door Bernadett:
Beste Marnix,
Allereerst neem me niet kwalijk als je enkele typ of formuleringsfouten tegenkomt. Hier wordt aan gewerkt. Ik zal je maar 'kort lastigvallen' omdat je je blog nog niet hebt bijgehouden , dus ik kon ook maar de eerste paar weken beoordelen.
Positieve punten:- je formuleert kort, maar bondig. Alles zit er in wat er nodig is. Dat bewonder ik echt. Ik maak altijd lange teksten, met overbodige informatie.- wat je stijl betreft vind ik, dat je het heel goed doet. Je maakt niet te wetenschappelijke teksten. Maar de simpele taalgebruik is ook ver van je. Je hebt een tussenweg gevonden en combineert de twee, zodat je tekst uiteindelijk een 'populaire-wetenschappelijke' stijl
krijgt. Ik vind het heel goed aan je blog.- je reflectie op de werkcolleges en op je eigen rol hierin is heel duidelijk, maar soms heb ik het gevoel, dat je wat minder aandacht aan jezelf mag besteden. (of, moet ik dan meer over mezelf schrijven????:))
Negatiever punten:- allereerst: negatiever, want ik kan eigenlijk geen echt negatieve punten uit die paar weken halen. En je participatie in debatten is geen kwestie; je bent echt één van de sterkste/beste medestudenten uit ons groepje in een debat.- je moet je blog goed bijhouden. Je hebt een grote achterstand, maar hierin ga ik niet diep op, dit heb je al vaak van Thomas Poell gehoord.- Als ik jou was, zou ik in ieder geval checken, wat ik precies in de blog moet opnemen.Marnix! Je hebt zo'n geweldige grote mond en je kan voor zoveel leuke debatten zorgen! Zorg er ook alsjeblieft voor dat je dit vak niet voor de derde keer hoeft te volgen! Haal jezelf in en maak dit vak af! Jij kan het zeker doen. Het zal een grote klus worden, maar ik wens je hier alle succes, tijd en energie voor! Groetjes, Bernadett
Mijn Reactie
Hoi Bernadett,
Bedankt voor je commentaar. Ik liep inderdaad nogal achter, maar gelukkig heb ik het inmiddels bijgewerkt. Ik schrijf inderdaad vrij veel over mezelf, omdat ik vind dat het bij dit vak toch vooral om persoonlijke standpunten en ontwikkeling gaat, meer dan om een puur verslag van de werk- en hoorcolleges. Bedankt voor je enthousiasme en betrokkenheid! Groeten en succes, Marnix
vrijdag 24 oktober 2008
WC 7 - Evaluatie en Inspiratie
Daar zaten we dan.. Het laatste werkcollege waarbij iedereen dacht even lekker te gaan evalueren.. Oh nee, er moet toch nog een blogpost van worden gemaakt! Ik zal het college in drie delen bespreken: Eerst zal ik ingaan op de evaluatie van het einddebat, daarna op de evaluatie van de cursus, en tenslotte zal ik de tv-debatten uit Amerika analyseren.
Het Einddebat
Iedereen was tevreden over de perstaties van onze werkgroep in het einddebat. Het werd gezien als een leerzame ervaring. Men was vooral positief over de goede voorbereiding op het debat. Wel werd duidelijk dat een goede voorbereiding er ook voor kan zorgen dat debaters niet meer luisteren naar de tegenstander. Hierdoor kwamen aspecten als samenvatten en meta-posities minder aan de orde. Ook had bijna iedereen in de werkgroep kritiek op het stemmen door de studenten. Sommigen hadden opgemerkt dat er in groepjes werd gestemd, en dat er ook gecoördineerd tégen onze groep (Poell's Posse) werd gestemd. Volgens Thomas kwam dit ook doordat men stemt op de eigen manier van debatteren. Zo werd ons fanatisme en bronnengebruik niet door iedereen gewaardeerd. Iedereen was het er over eens dat er volgend jaar een onafhankelijke jury moet worden geïnstalleerd. Over de voorzitters was men tevreden, maar er was nog wel het één en ander aan te merken. Zo denk ik dat er beter één voorzitter kan zijn, aangezien er dan geen gedeelde verantwoordelijkheid is.
De Cursus
Alle studenten waren tevreden over de cursus. Men vond met name de werkgroepen geslaagd, al was onze werkgroep wel aan de grote kant. Meerdere studenten gaven aan dat ze een enorme vooruitgang hebben gemaakt tijdens de cursus. Ook de inzet en serieuze instelling werden door zowel Thomas als de studenten geroemd. Mindere punten waren er ook. Zo viel het debatgehalte in de hoorcolleges soms wat tegen. De colleges over E-Learning en Holland Doc kwamen op de studenten meer over als een reclamepraatje dan als aanleiding voor een discussie. Ook was de verbinding tussen tekst en college niet altijd goed. Er werd nog gediscussieerd over manieren om schuchtere studenten ook aan het woord te laten. Hen de eerste beurt geven in een discussie leek de meeste studenten een goede zet. Daarnaast zouden sommige studenten ook andere vormen van discussie willen oefenen, bijvoorbeeld door een open vraag te bediscussiëren in plaats van een ja/nee stelling. Tenslotte vond een groot gedeelte van de werkgroep dat de werkcolleges zwaarder moesten tellen dan de 30% die ze nu wegen. Helaas blijkt dat niet makkelijk te realiseren.
Hoewel hierboven best wat kritische punten staan is het belangrijk om te realiseren dat er zelden commentaar wordt gegeven op de positieve punten van een cursus. Hier zal ik in mijn persoonlijke evaluatie op terugkomen.
Obama en McCain
Na de pauze werd het college gevuld met een analyse van de debatstrategieën van de twee kandidaten voor het Amerikaanse presidentschap, Barack Obama en John McCain. Ze maakten grotendeels gebruik van dezelfde strategieën die wij hebben geleerd. Een aspect dat er voor mij uitsprong was het samenvatten van het voorgaande. Dat deden beide kandidaten erg goed, waarna ze hun eigen punt gingen maken, in plaats van een reactie te geven op de ander. Op deze manier kwamen ze beide met hun eigen verhaal, zonder de kritiek van de ander echt te pareren. Daarnaast waren keywords en punchlines prominent aanwezig. Elke beurt werd afgesloten met een duidelijke, kernachtige samenvatting.
Een verschil tussen onze debatten en die tussen de presidentskandidaten is de aandacht voor de persoon. Beide kandidaten bekritiseren hun tegenstander persoonlijk, waarbij wel moet worden aangemerkt dat ze het altijd over de ander hebben in de derde persoon, alsof de tegenstander zich niet in dezelfde ruimte bevindt.
Met name de houding van Obama maakte indruk op mij. De rust die hij uitstraalt door zijn houding, intonatie, kalme ogen en het rustige gebruik van zijn handen wekken vertrouwen op. Dat hij daarnaast het woord euhh uit zijn vocabulaire heeft weten te verbannen maakt zijn presentatie nog sterker. McCain moet het hebben van zijn identiteit. De 'Maverick' wil op basis van zijn verleden gekozen worden en verwijst daar ook regelmatig naar. We kunnen kortom stellen dat Obama deze debatten probeert te winnen met de toekomst, terwijl McCain de toekomst wil waarborgen door zijn grote verleden te gebruiken.
woensdag 22 oktober 2008
Het Einddebat
Voorbereiding
21 oktober was het zo ver. Voor de tweede keer meedoen aan het einddebat van de cursus Nieuwe Media en het Actuele Debat. Eerst moest er natuurlijk voorbereid worden met de club mensen die ik geronseld had. We hebben ons groepje een naam Poell's Posse gedoopt en de dag voor het debat twee uur lang voorbereid. Hierbij heb ik me vooral beziggehouden met argumentatielijnen en argumenten zelf, waarbij Mandy, Puck en Nick goede bronnen aandroegen. 's Avonds nog even een pdf-je in elkaar klussen met de voorbereidingen en dinsdag vroeg op.
Het Debat
Poell's Posse mocht gelijk in de eerste discussie opdraven. Clothing-coordinated en vol enthousiasme gingen we er voor. Er werd in het einddebat gewerkt met vragen in plaats van stellingen. Wij zouden ja antwoorden op de vraag:
"Wordt het on demandmodel dominant of blijft het traditionele televisiemodel dominant?"
Het was voor ons belangrijk om meteen aan te geven dat traditionele televisie niet geheel zou verdwijnen. Het on demandmodel voordelen bieden omdat het de enige manier is om kijken wanneer de kijker dat wil te combineren met een verdienmodel. Hiertoe hadden we een mening van een expert verzorgd. Het viel me in dit debat op dat onze groep een stuk fanatieker was dan de tegenstander. In ieder geval hadden we ruim gewonnen en nam ons zelfvertrouwen nog meer toe.
Ook in de andere debatten bleek dat niet elke werkgroep op dezelfde manier debatteerde. De nadruk die binnen onze werkgroep was gelegd op het gebruik van bronnen had geleid tot een overdaad daaraan. Andere groepen bleken veel minder fanatiek te debatteren.
In de halve finale waren we weer voor. De vraag was dit keer:
"Verhogen Internet forums het democratische gehalte van het publieke debat?"
Deze keer mochten we debatteren tegen Knockout, uit onze eigen werkgroep. We wisten dus waar we op konden rekenen. Onze aanpak bestond uit het afbakenen van de stelling, waarbij we duidelijk probeerden te maken dat het alleen om het debat ging, en niet om de gevolgen van dat debat. Ook was niet van belang in hoeverre het democratische gehalte van het publieke debat verhoogd zou worden. Hoewel het een spannend debat was, was ik toch enigszins verbaasd toen bleek dat we verloren hadden. Op mogelijke redenen voor ons verlies kom ik later terug.
Knockout was uiteindelijk ook de groep die et einddebat won. Het was leuk om te zien dat alle debatgroepen uit onze werkgroepen doordrongen tot de halve finale en de finale uiteindelijk ook tussen twee groepjes uit werkgroep 1 ging.
De Evaluatie
helaas verliep het einddebat niet helemaal zoals we dat gewild hadden. Daarom is het volgens mij belangrijk om de positieve en negatieve punten van Poell's Posse op een rijtje te zetten. Volgens mij waren we het best voorbereid van alle groepjes. We hadden duidelijke argumentatielijnen en bronnen te over. Daarnaast hadden we een duidelijke taakverdeling. Michiel en ik zouden de argumenten aanvoeren, waarna die konden worden ondersteund door Mandy, Puck en Nick. Mijn taak was daarnaast het openen en resumeren van de discussie. Deze verdeling bleek goed te werken aangezien iedereen steeds zijn zegje heeft kunnen doen. Ten derde stonden we goed opgesteld. Naast elkaar, zodat iedereen overzicht had en het woord kon nemen. Sommige andere groepen stonden op een kluitje, wat hun presentatie er niet sterker op maakte. Mindere punten hadden we natuurlijk ook. Onze kleding was een stap te ver. 'In pak naar het debat' hadden we beter niet kunnen doen. Daarnaast waren we te serieus. Met name Michiel en ik hadden meer humor moeten gebruiken. In de halve finale maakte Dave een grappige opmerking die nergens op sloeg, maar waarschijnlijk wel het debat heeft gewonnen. Humor is in deze setting wellicht belangrijker dan droge feiten. Of dit ook geldt in een 'echt' debat is overigens de vraag.
Tenslotte wil ik nog zeggen dat ik denk dat deze manier van stemmen naar mijn mening niet altijd leidt tot een terechte winnaar. Ik zeg níet dat Knockout onterecht heeft gewonnen, maar achteraf bleek wel dat er nogal sprake was van groepsgedrag bij het stemmen. Wat me nog het meest stoorde is het feit dat sommige studenten vonden dat wij te fanatiek waren. Dat je tegen een groep stemt omdat zij hun best wél hebben gedaan vind ik eigenlijk niet acceptabel. Daarom lijkt het mij verstandig om de volgende keer een onafhankelijke jury in te stellen.
Het einddebat was voor mij wederom een mooie ervaring, met een minder wrange nasmaak dan de vorige keer. Ik wil het vak geen derde keer doen, maar zou me in het einddebat wel meer van humor bedienen.. En geen pak aantrekken natuurlijk!
vrijdag 17 oktober 2008
WC 6 - Generale Repetitie
Debatoefening
Dit laatste werkcollege voor het einddebat bestond vooral uit een generale repetitie voor het einddebat. De drie debatgroepen voerden elk twee discussies volgens het format dat ook in het grote debat gebruikt zal worden. Onze groep bestaat uit Puck van Sprang, Mandy Woltjes, Nick van Someren Brand, Michiel de Vries en ikzelf. In de eerste discussie mochten we de volgende stelling verdedigen
"Voor sociale contacten kan met vertrouwen op de Nieuwe Media, en hoeft men de deur niet meer uit om deze te leggen/onderhouden."
We hadden besloten dat onze argumentatielijn zou zijn dat met behulp van de nieuwe media beter passende vrienden kunnen worden gevonden aangezien fysieke nabijheid niet langer een vereiste is voor betekenisvolle relaties. Deze lijn konden we aardig volhouden. Leuk was dat onze tegenstanders een bron gebruikten die wij ook hadden, waarbij de conclusie van het onderzoek in ons voordeel was. We hadden ook een duidelijke taakverdeling afgesproken. Ik zou inleiden, waarna Michiel en ik zouden reageren op de tegenstanders, waarbij we zouden worden ondersteund door de bronnen van Mandy en Puck en de voorbeelden van Nick. Dit lukte heel behoorlijk, op een gegeven moment waren we alle vijf achter elkaar aan het woord. Na dit debat was het duidelijk dat we als groep een behoorlijk debat kunnen voeren. Het volgende debat ging tussen groep 2 en 3 over de stelling:
"Toepassingen van de Nieuwe media leiden tot een volwaardig dialoog tussen burger en overheid, tussen consument en bedrijfsleven."
Dit debat was iets tammer, wellicht ook doordat de stelling wat minder persoonlijke belangen tot gevolg had.
In het derde debat waren wij tegen de stelling:
"De nieuwe media hebben een doorslaggevende rol in de huidige kredietcrisis gespeeld."
Dit debat verliep voor ons geweldig. In de eerste repliek wisten we al duidelijk te maken dat van een doorslaggevende rol geen sprake kon zijn aangezien de kredietcrisis veroorzaakt is door slecht bankieren. Hier komt wel het rare van discussiëren volgens een bepaald format naar voren. In een gewoon gesprek zou je gelijk krijgen van je opponent of in ieder geval naar een ander onderwerp verplaatsen, maar nu waren er toch nog 6 minuten te vullen. Hierdoor zijn we toch in discussie gegaan over de invloed die de nieuwe media in de marge zou kunnen hebben gehad. Eigenlijk hadden we continu ons eerste argument moeten herhalen, maar omdat we vonden dat we genoeg andere argumenten hadden zijn we toch de discussie aangegaan.
Debatexperiment
Helaas was de generale repetitie nogal uitgelopen en was er dus maar ruimte voor één discussie die de deelgroep had georganiseerd. Doordat iedereen hier aan mee mocht doen werd het al snel een chaotische discussie, ook doordat de helft van de deelnemers de stelling niet had voorbereid. Wel viel het op dat aan de 'overkant' alleen Michiel aan het woord was, terwijl aan onze kant wel meerdere mensen aan het woord kwamen. Daarnaast maakte Michiel uiteindelijk een vormfout door in zijn laatste beurt een vraag aan mij te stellen, waardoor hij zelf geen slotpleidooi kon houden. Dat dit soort 'trucs' belangrijk was in het debat geeft wel aan dat een kleine chaos was.
Evaluatie
Volgens mij ging de generale repetitie heel behoorlijk. Er zijn nog enkele punten waar specifiek op gelet moet worden in het einddebat. Zo moeten we er voor zorgen dat we lang aan het woord blijven (stokje-doorgeven), alle punten ook afgemaakt worden (punchlines) en we goed samenvatten. Ook bleek in ons tweede debat hoe belangrijk het is om de stelling kritisch te beschouwen. Door de zwakte in de stelling bloot te leggen konden we de hele discussie in feite voorkomen. Onze tegenstanders hadden (aangezien zij als eerste het woord hadden) de stelling ook kunnen nuanceren. Dat ze dit niet deden gaf ons de kans het pleit binnen twee minuten te beslechten.
woensdag 15 oktober 2008
Dinsdag 14 oktober ging het college over Nieuwe Media en de islam. Aan het woord was Madelon Stokman van de Nederlandse islamitische Omroep. De bijbehorende tekst was van Loosineh Markarian - “Religion, Iranian Women’s Blogging, and the Promise of Democratic Change in Iran.” Waar het college en de tekst elkaar raken zal ik dat aangeven.
Madelon verdeelde haar voordracht in vier duidelijke thema’s:
- Islam en Media
- Islam en Nieuwe Media in Nederland
- Media in het Midden-Oosten
- Nieuwe media in het Midden-Oosten
Islam en Media
Volgens Madelon zijn er verschillende problemen bij de benadering van de islam door de media. Zo wordt de islam gezien als één instantie, terwijl er vele subtiele en minder subtiele verschillen zijn tussen moslims onderling. Dit gebrek aan nuance leidt al snel tot radicale standpunten en is onderdeel van het oriëntalisme, een traditie waarin stereotypes worden toegekend aan het gehele (Midden) Oosten op basis van één representant daarvan. Door de nadruk op excessen (die zijn ten slotte nieuws) wordt zo het gedrag van enkelen gekoppeld aan het beeld van een grote groep. Een tweede probleem is dat de journalistiek invloed heeft op de samenleving betreffende dit onderwerp. Tenslotte is het volgens Madelon belangrijk om altijd op de hoogte te zijn van de bron van een publicatie. Inhoud en vorm van een publicatie zijn grotendeels afhankelijk van de bron. Al deze kleine problemen zorgen ervoor dat het vrijwel onmogelijk is om een genuanceerd standpunt te hebben over de islam.
Een probleem bínnen de islam is dat vrouwen zich traditioneel niet kunnen uitspreken in de publieke sfeer. In de media is er dus geen ruimte voor een vrouwelijk geluid. Op de rol die nieuwe media in deze situatie kunnen spelen kom ik later terug.
Islam en Nieuwe Media in Nederland
De nieuwe media verdienen in Nederland verdienen speciale aandacht. Volgens Stokman richten de traditionele media in Nederland zich namelijk steeds meer op het binnenland en moet de internationaal georiënteerde Nederlander zich dus op de nieuwe media richten voor buitenlands nieuws. De nieuwe media hebben een aantal gevolgen. Zo is er voor de meeste mensen sprake van een information overload. Hoewel de bronnen op internet een nog grotere invloed uitoefenen zullen de meeste mensen de energie niet op kunnen brengen om onderzoek te doen, en dus wordt er steeds meer en extremer gereageerd op fragmentarische verslaggeving. De sites die de islam lijken te vertegenwoordigen vertegenwoordigen over het algemeen slechts een fragment van de islamitische gemeenschap. Kijken we naar sites als geenstijl.nl, die de islam niet positief benaderen dan zien we dat zij vaak samplen en geen poging doen het hele discourse weer te geven. De reacties zijn door de anonimiteit van het internet ook extreem van aard.
Binnen de islam hebben de nieuwe media ook gevolgen. Jonge moslims kunnen hun imam over het algemeen niet verstaan en stellen daarom via google hun eigen versie van de islam samen. Op dit moment zijn ze behoorlijk vatbaar voor slechte invloeden.
Voor de situatie in Nederland is het voor zowel autochtonen als autochtonen belangrijk om te onderzoeken wie, wat, waar, waarover, hoe zegt. Men moet letten op de terminologie en zich bewustzijn van het feit dat er in het Midden-Oosten géén persvrijheid is en regering en bevolking strikt gescheiden zijn.
Media in het Midden-Oosten
Deze realisatie brengt ons als vanzelf bij het Midden-Oosten. Volgens Stokman is het belangrijk om te beseffen dat er daar geen persvrijheid is. Dat er niet negatief mag worden geschreven over de islam en regering is daar een uiting van. De censuur begint echter af te brokkelen. In eerste instantie was de drijvende kracht sateliettelevisie, Al-Jazeera is namelijk overal te ontvangen en staat dus niet onder controle van een landelijke regering.
Nieuwe Media in het Midden-Oosten
De regeringen in het Midden-Oosten censureren ook het internetverkeer. Zo zijn sites als google, hyves, en amnesty international niet te bereiken. Ook blogs worden geblokkeerd. Door bloggers aan te erken als journalisten worden zij ook onder hetzelfde toezicht geplaatst als die journalisten. Inmiddels zijn er speciale busreizen vanuit Syrië naar Libanon zodat men toch kan internetten. Het internet wordt zo sterk in de gaten gehouden dat critici vaak het land niet in mogen.
Markarian stelt dat het internet ook een rol speelt in de strijd tégen censuur. Volgens haar kunnen vrouwen zich nu voor het eerst uitspreken. Het gaat deze vrouwen er niet om de islam af te zweren, maar ze willen wel een discoursverandering teweeg brengen. het internet zou dus een middel zijn om de subaltern zoals gedefinieerd door Gayatri Chakravorty Spivak een stem te geven.
Vragen
Na de presentatie van Stokman waren er nog veel vragen, die vooral betrekking hadden op haar eigen voorkeur voor een bepaald persmodel. Het werd duidelijk dat Stokman weliswaar voor persvrijheid is, maar vindt dat de journalisten wel een verantwoordelijkheid moeten nemen.
Conclusie
Na het lezen van de tekst en het bezoeken van het college is het voor mij duidelijk dat we nog een lange weg te gaan hebben. Persvrijheid leidt tot misbruik ervan, maar censuur is nog vele malen erger. Ik ben me eens te meer bewust geworden dat de vrijheid die in Nederland beschikbaar is helaas niet voor iedereen is weggelegd.
vrijdag 10 oktober 2008
WC5 - Experiment in Dynamiek
Ook deze week bestond het werkcollege uit drie 'grote' debatten. De eerste ronde mocht er gediscussieerd worden over de stelling
“E-learning draagt bij aan het verhelpen van het lerarentekort in het onderwijs”
Ik mocht me tegen deze stelling opstellen. Helaas is de stelling vrij voorzichtig, bijdragen is namelijk wat anders dan oplossen. Gedurende de voorbereiding hebben we dan ook besloten om de stelling breder te trekken en de kwaliteit van het onderwijs ter discussie te stellen. Dit lukte aardig, maar het gevolg was wel dat de voor- en tegenpartij nogal langs elkaar debatteerden. Door samenvatten en metaposities probeerden we wel te demonstreren dat onze lijn belangrijker was, maar we hadden meer de nadruk moeten leggen op het feit dat het lerarentekort oplossen niet gelijk staat aan het onderwijsprobleem oplossen en er dus niet over alleen het lerarentekort kan worden gediscussieerd. Het is dus duidelijk dat we onze argumentatielijn nog beter hadden kunnen uitzetten.
Opvallend was dat Michiel (één van de voorzitters) tijdens zijn afsluiting in feite het hele debat samenvatte, maar ook nog even duidelijk maakte hoe hij vond dat er gedebatteerd hád moeten worden. Hieruit bleek ook dat hij eigenlijk het liefste had willen meedebatteren. In de evaluatie werd duidelijk dat de bronnen meer verbonden moeten worden met de argumenten. Daarnaast mag er uitgebreider worden ingegaan op de eigen argumenten na het samenvatten van de ander. Tenslotte moeten er meer punchlines worden gebruikt. Sommige argumenten lopen namelijk nog leeg naarmate ze vorderen en verliezen zo hun kracht.
Debatexperiment
De groep die het tweede deel van het debat organiseerde had gekozen voor een verschil in opzet tussen de eerste en de tweede stelling. Dit verschil had met name betrekking op de dynamiek in de discussie. De deelnemers aan de eerste discussie zaten tegenover elkaar en mochten papier gebruiken. Gedurende de tweede discussie stonden de debaters en mocht papier niet gebruikt worden. Tijdens de eerste discussie werden de debaters in een kamp ingedeeld terwijl in de tweede ronde de debaters zelf mochten kiezen (en overlopen). Tenslotte werd het publiek bij het dynamische debat aangemoedigd om aan te moedigen en af te kraken.
Het eerste debat blonk uit in zorgvuldigheid, het gebruik van bronnen en voorbereid debatteren. Veel betrokkenheid van het publiek was er echter niet en de groepsleden hadden moeite om op elkaar in te spelen doordat ze elkaar niet goed konden zien.
Het tweede debat was een stuk dynamischer. Doordat er slechts drie personen tegen de stelling waren werden deze drie mensen extra fanatiek, en het was leuk om te zien dat ook mensen die gewoonlijk niet vel zeggen nu stevig van zich af beten. Ook was er meer sprake van reactie op elkaar en interactie met het publiek. Nadelig was wel dat veel mensen in de grote groep totaal niet aan het woord kwamen. Ook het bronnengebruik viel tegen.
Evaluatie
In dit werkcollege werd duidelijk dat verschillende formats ook tot hele verschillende discussies leiden. Dit is niet alleen iets waar de organisatoren rekening mee moeten houden, maar zeker ook een zorg voor de deelnemers aan een debat. Verschillende formats moeten leiden tot diverse strategieën en het is voor een goede debater dus belangrijk dat hij al deze strategieën beheerst. Over mijn eigen rol in de discussies was ik redelijk tevreden. Wel voel ik enige druk om opening en slotargument te verzorgen, terwijl ik vind dat anderen dat ook moeten oefenen. Ik hoef niet per se elk debat te winnen (al denkt de groep van wel) en vind dat iedereen alles een keer moet oefenen. De belangrijkste tips in dit college waren het gebruik van punchlines/slotzinnen en het tijd nemen voor het toelichten van de eigen argumenten.
woensdag 8 oktober 2008
Nieuwe Media en het Onderwijs - E-Learning
Het gastcollege over E-Learning werd gegeven door Erna Krotkamp en Renée Filius. Zij werken beide bij het IVLOS (Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden). Het thema van het college was onderwijsvernieuwing, en E-Learning in het bijzonder. Eerst werd uitgelegd wat de taken van het IVLOS zijn, waarna beide gastdocenten hun eigen werkzaamheden nog eens extra toelichtten. Renée had het in eerste instantie over de experimenten die worden uitgevoerd met onder andere leerhulpmiddelen zoals PDA’s, maar ook het online aanbieden van complete cursussen met behulp van rich media content. Erna Krotkamp ging meer specifiek in op de ontwikkeling van leeromgeving. De hoofdvraag van haar huidige onderzoek is dan ook:
Hoe komen lesfilosofieën (niet) tot uiting in een lesomgeving?Deze vraag wil Krotkamp benaderen vanuit de programmeerstrategieën die worden gebruikt bij het opzetten van een digitale leeromgeving. Bij haar uitleg kwam onder andere de scheiding tussen student en docent naar voren zoals die in het huidige WebCT aanwezig is. De tekst van Herz refereert ook aan het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel dat kan ontstaan als een student het gevoel heeft dat hij zijn omgeving niet kan beïnvloedden.
Het meest interessante deel van het college was voor mij de discussie, waarbij twee interessante stellingen werden geponeerd. De eerste was:Jongeren zijn slimmer, socialer, sneller en mediawijs.
De reacties op deze stelling waren divers, zowel vanwege de vaagheid van de stelling als de verdeelde meningen erover. De meeste studenten waren het er over eens dat er wel een verschil te zien is tussen verschillende generaties, Zo lijken ze makkelijker te zappen en minder parate kennis te hebben. Bovendien hechten jongeren meer waarde aan meningen dan aan feiten. Een waardeoordeel wilde men aan deze verschillen echter niet verbinden.De tweede stelling was meer toegesneden op onze eigen situatie:
Onderwijs aan de universiteit loopt achter op de behoefte van de huidige generatie studenten als het gaat om ICT gebruik.Wat deze stelling betreft waren de meningen nogal verdeeld. De discussie spitste zich toe op enkele tegenstellingen, namelijk de beschikbaarheid van mogelijkheden versus de gebruiksvriendelijkheid ervan, de scheiding tussen universiteit en het internet en de verschillende behoeften van studenten en docenten. Tenslotte was er een discussie tussen de early adopters en de meer traditionele studenten. Sommigen willen de hele universiteit digitaal beschikbaar maken, terwijl anderen vinden dat studenten ‘gewoon teksten moeten lezen en tentamens maken.’ Een laatste punt was dat op dit moment het ICT-gebruik vooral afhankelijk is van de docent, en deze dus eerst zal moeten worden opgeleid.
De relatie tussen de tekst van Herz en het hoorcollege heeft vooral betrekking op de essentiële vraag hoe onderwijs zou moeten worden ingericht. Aan de hand van enkele vragen die in het college aan de orde kwamen zal ik proberen aan te geven hoe Herz over dit onderwerp denkt.Hoe moeten lessen worden vormgegeven?
Volgens Herz is het belangrijk om aandacht te besteden aan ‘edge’ learning, het leerproces dat plaatsvindt buiten de formele lessituatie. Door onderlinge verbondenheid tussen studenten te stimuleren kunnen ze elkaar helpen om als groep beter te presteren. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre die verbondenheid te stimuleren is.
Hoe moeten studenten worden beoordeeld?Herz stelt dat het karakter van een speler in een MMORPG een optelsom is van al zijn activiteiten en prestaties in die virtuele wereld. Door studenten op een zelfde wijze te beoordelen kan inzichtelijk worden gemaakt hoe een student zijn specifieke vaardigheden heeft ontwikkeld, terwijl met een klassieke beoordeling slechts duidelijk wordt of er aan een basisniveau wordt voldaan.
Herz wil veel verder gaan in de aanpassing van het onderwijs dan Krotkamp en Filius. Volgens haar is het belangrijk om studenten niet alleen te laten leren, maar ook deel te laten zijn van de constructie van hun ervaringen. Hierdoor zullen ook de mede-studenten kunnen profiteren van hun werk.vrijdag 3 oktober 2008
Werkgroep 4 - Rollenspel
Werkgroepoefening
Op 2 oktober werd er in de eerste helft van het werkcollege een centraal debat gehouden. Hierbij had ik de rol van scrounger, dat wil zeggen dat ik moest letten op het gebruik van bronnen en argumenten. De stelling waarover werd gediscussieerd had betrekking op virtuele financiën.
"Het gebruik van echt geld in virtuele werelden moet verboden worden."
In deze discussie had de voor-partij meerdere argumenten. Zo zou er volgens Mandy criminaliteit ontstaan als er echt geld zou zijn, en is een ontmoetingsplatform volgens Dave niet gebaat bij commercialiteit, en wordt zonder geld creativiteit gestimuleerd. De tegenpartij stelde bij monde van Don dat als er geld werd geïnvesteerd, er ook geld uit moest kunnen komen. Puck, Eefje en Don stelden gedurende de discussie allemaal dat geld een onmisbare factor is bij innovatie. Zonder beloning is er immers geen incentive om te innoveren.
Er werden in dit debat al meer bronnen gebruikt dan in de voorgaande discussies, maar soms was de verwijzing te vaag (Mandy verwees naar 'een artikel op internet'). Duidelijk was ook dat de voorpartij minder bronnen had dan de tegenpartij.
De voorpartij maakte een grote fout door niet voor één argumentatielijn te kiezen. De tegenpartij deed dit wel en werd dan ook tot winnaar van het debat uitgeroepen.
Debatoefening
Na de pauze was het tijd voor het debat georganiseerd door een deel van de werkgroep. Deze werkgroep had de inrichting van de discussie radicaal veranderd. Niet alleen werden voor- en tegenposities verdeeld, de debaters kregen ook specifieke rollen, zoals huismoeder of directeur. Het debat vond plaats aan een soort vergadertafel, waardoor de debaters dichter bij elkaar zaten. De eerste discussie had als onderwerp:
"Second Life moet onderdeel blijven van vrijetijdsbesteding en geen prioriteit vormen in het dagelijkse leven."
In deze discussie speelde ik zelf geen rol en dus zou ik de discussie goed moeten kunnen volgen. Helaas zorgde de opstelling ervoor dat het voor de niet-debaters moeilijk was om de discussie te volgen. We hadden namelijk geen zicht op de rollen en keken tegen de rug van de debaters aan. Doordat de debaters dicht bij elkaar zaten praatten ze ook zachter en waren dus moeilijk te volgen. Desondanks viel er nog het nodige op en aan te merken.
Ik vond het debat eigenlijk niet zo sterk. Er werd veel door elkaar gepraat en er was geen echte argumentatielijn terug te vinden. Ook weken de groepen af van het voorgestelde format. Dit had echter geen gevolgen voor de discussie, dus het ingrijpen van de organiserende groep was overbodig en verstoorde de discussie.
In de tweede discussie mocht ik wel actief deelnemen. De stelling was:
"Het rechtssysteem moet worden aangepast om misdrijven in de virtuele wereld te kunnen bestraffen."
Ik was ingedeeld bij de voorstanders en mijn rol was die van directeur. Deze rol in deze discussie kwam mij goed uit, het was namelijk een perfecte mogelijkheid om de argumentatielijn uit te zetten. Ons argument was dat waar echt geld gewonen en verloren wordt ook echt gestraft moet worden. Dit argument konden we gedurende de hele discussie blijven herhalen. Na de discussie kregen we van Nick het compliment dat dit de eerste discussie was geweest die hij van begin tot eind had kunnen volgen. Ook Thomas was tevreden over de lijn en het samenvatten.
Evaluatie
Na de discussies was het tijd voor een evaluatie. Het gebruik van bronnen en het uitzetten van een argumentatielijn was toegenomen, maar bronnen moesten scherper worden neergezet. Samenvattingen en metaposities konden ook nog een stuk scherper en beter. ook was het duidelijk dat het verkleinen van de fysieke afstand tussen debaters leidt tot verminderd overzicht voor de toeschouwers. Het uitdelen van rollen was een interessant experiment. Het werkte voor de meeste deelnemers zowel stimulerend als beperkend. Vanuit een vaste positie praten is vaak makkelijker. Aan de andere kant verlies je de mogelijkheid om bepaalde argumenten te gebruiken. Over mijn eigen rol in het tweede debat was ik erg tevreden. Ik merk dat ik steeds beter wordt in het uitzetten van een argumentatielijn en de afsluitende repliek. Ik denk dan ook dat ik me in het einddebat op deze twee taken zal moeten richten.
donderdag 2 oktober 2008
Wat de inhoud van Frederiks blog betreft is er ook het nodige aan te merken. Hij moet werken aan een duidelijker link tussen college en theorie (vooral betreffende gastcollege 2) en de werkcolleges moeten een stuk uitgebreider besproken worden. De voorbereidde vraag voor hoorcollege 1 is daarentegen wel goed uitgewerkt. Ook het gebruik van een filmpje bij zijn bespreking van 12 Angry Men komt goed uit de verf.
Resumerend vind ik de blog van Federik Vos een goed begin met behoorlijk potentieel, maar mist er nog diepgang (en enkele posts).
Werkcollege 3
Oefening
Deze oefening leek erg veel op de oefening van vorige week, alleen was het nu de bedoeling dat er een voorzitter en een secretarisrol vervuld zouden worden door de twee personen die niet meediscussiëerden. Helaas had ons groepje te maken met een nieuw lid en een ziektegeval waardoor ik de enige was met een voorbereide argumentatie. Daarom werd besloten dat ik mijn
aantekeningen doorgaf aan Don en zelf de stelling zou verdedigen in plaats van aan te vallen. Marlies nam zowel de rol van voorzitter als die van secretaris op zich. De discussie verliep uiteindelijk aardig, waarbij beide partijen een redelijk duidelijke lijn uitzetten. Door de niet optimale voorbereiding en personele bezetting waren we echter erg benieuwd naar de bevindingen van de andere groepjes.
Voorbeelden:
Voorbeelden kunnen een belangrijke argumentatie zijn, mits ze herkenbaar zijn voor het publiek.
Bronnen:
Bronnen leveren geloofwaardigheid, maar het gebruik moet wel aan voorwaarden voldoen:
- De bron moet ingepast worden in de argumentatie.
De bron moet exact genoemd kunnen worden.
De bron meenemen werkt nog beter.
Lichaamstaal:
Lichaamstaal kan een argumentatie maken of breken.
Nonchalant of agressief kan
allebei, mits juist toegepast.
Niet ineengedoken zitten!
Handengebruik is goed.
Geen zenuwachtig gedoe met pennen of iets dergelijks!
Goede debaters richten zich naar elkaar of het publiek, maar niet naar de voorzitter.
Argumentatieopbouw:
Debaters kunnen hun argumentatielijn beter opzetten door te letten op:
- Keywords, woorden die steeds terugkomen in het debat.
Voordat ze reageren samenvatten wat de andere partij heeft gezegd.
Nuances aanbrengen vóór de eigen argumentatie, niet erna.
De argumentatie ook een staart te geven.
Voorzitter:
De voorzitter moet zijn rol vervullen door:Actief te blijven tijdens de discussie.
Niet om uitleg te vragen, dat is een taak voor de debaters.
Overige tips:
- Niet vragen, dit geeft de opponent ruimte voor eigen argumentatie.
Retorische vragen kunnen wel, omdat ze als argument werken.
Niet de term ‘ik vind’ gebruiken.
Plenair Debat
Na de pauze was het tijd voor de plenaire discussie over Nieuwe Media en Televisie. De organisatoren hadeen gekozen voor een andere opzet dan vorige week. Zo hadden ze besloten bij elke stelling slechts de helft van de groep mee te laten doen om iedereen meer aan de beurt te laten komen. Daarnaast waren er hand-outs met de belangrijkste punten en gingen de debaters staan. Deze opstelling had enkele leuke gevolgen, zo kon een beurt worden gevraagd door een stap naar voren doen en kon een debater ook overlopen naar de andere kant. Het tijdsschema was drie minuten overleg, anderhalve minuut voor de hoofdlijn en 7 minuten voor het
centrale debat. Tenslotte werd het debat samengevat door de voorzitter. De stelling die als eerste werd besproken was:Reguliere televisieprogrammering moet plaats maken voor gepersonaliseerde televisie
De voor partij hield het bij één hoofdargument (kijken wat je wil) terwijl de tegenpartij wel vijf verschillende argumenten inbracht. Het ontbrak bij de tegenpartij dus aan een duidelijke argumentatielijn.
- Sommige leden van de organiserendegroep waren wat weifelend.
Bob nam heel goed een metapositie in, waarbij door zijn rustige stem ineens iedereen even echt luisterde. Minder vaak het woord nemen kan dus tot meer aandacht leiden.
Nick, de voorzitter, had een uitermate geïnteresseerde houding.
De discussie werd uiteindelijk door slechts een klein aantal mensen gevoerd.
Er moet (meer) ruimte gemaakt worden voor een amateuristisch communicatieplatform binnen het Nederlandse televisiebestel
Het was voor mij meteen duidelijk dat ik tegen deze stelling zou zijn vanwege de tegenstelling tussen de grote (en dure) professionaliteit van televisie en het lagere niveau van amateuristische bijdragen. Volgens mij zou het systeem niet werken doordat de tijd op televisie gewoon te duur en beperkt is voor een dergelijk initiatief van relevante omvang. Dit punt heb ik ook geprobeerd te maken. Tijdens de discussie was opvallend dat aan onze kant de argumenten van meer personen kwamen terwijl op een gegeven moment de verdediging van de opponenten in handen van één persoon kwam te liggen. Uiteindelijk kwam het ook zo ver dat één van de initiële voorstanders zich bij onze groep aansloot. Enkele punten die op onze discussie werden aangemerkt waren:
Het is goed om een ‘tweetrapsraket’ in te zetten. Een argument wordt ingezet door een groepslid waarna een ander het punt nog versterkt.
- Er moeten meer bronnen worden gebruikt.
- Voorbeelden moeten tot de verbeelding van het publiek spreken.
Persoonlijke evaluatie
Naar aanleiding van alle genoemde tips en richtlijnen wil ik ook mijn eigen functioneren in het werkcollege evalueren. Ik vind mezelf een behoorlijke debater maar er zijn zeker nog punten waaraan gewerkt moet worden. Met name het bronnengebruik is een onderdeel van het debatteren waarvan ik vind dat ik mezelf er nog in moet verbeteren. Ik voer debatten en discussies over hetalgemeen op basis van mijn algemene kennis en analytisch vermogen. Dit heeft voordelen omdat ik ook zonder voorbereiding mijn standpuntkan verdedigen. Het nadeel is echter dat wanneer de tegenpartij welmet een bron komt zijn geloofwaardigheid onmiddellijk sterk toeneemten die van mij zonder bron daarbij achter kan blijven. Het gaathierbij ook vooral om het benoemen van bronnen. Ik zal dus moeten opletten dat ik bij het genereren van kennis over een onderwerp ook bij houd waar die kennis vandaan komt. Een ander verbeterpunt is mijn dominantie in discussies. Ik heb nogal de neiging om een discussie in mijn eentje te willen voeren, waarbij ik niet van nature het woordaan een ander laat. Dit blijft een aandachtspunt.Sterke punten heb ik als debater natuurlijk ook. Ik vind (nu mag het wel!) mezelf vasthoudend,
analytisch sterk en flexibel genoeg om in te spelen op de argumentatie van anderen. Daarnaast blijf ik over het algemeen kalm en ben ik creatief in het gebruik van voorbeelden. Mijn voornaamste kracht is denk ik mijn houding. Door lichaamshouding, gebruik van handen en intonatie ben ik overtuigender in mijn argumentatie. Dat ik daar niet op hoef te letten zorgt ervoor dat ik mijn aandacht bij de discussie zelf kan houden en dus een voordeel heb ten opzichte van anderen. Mijn doel voor de komende weken is om het bronnengebruik te verbeteren en vaker een metapositie in te nemen.
woensdag 1 oktober 2008
Nieuwe Media en Second Life
Het college van deze week ging over virtuele werelden en dan vooral Second Life. Aan het woord was David de Nood, die ook mede-auteur is van de tekst die op het programma stond (pdf). De Nood werkt voor het EPN, waar hij onderzoek doet naar virtuele werelden in het algemeen en Second Life in het bijzonder. Ik zal in alleen in de conclusie terugkomen op de tekst aangezien er vanzelfsprekend geen grote meningsverschillen zijn tussen een presentatie en een tekst van dezelfde auteur.
Perceptie vs. Feit
De presentatie van De Nood begon met de perceptie die de media volgens hem hebben van Second Life. Het zou gaan om geeks en nerds die allemaal op zoek zijn naar sex. Daarnaast zou het een slecht businessmodel zijn en een verslavend effect hebben op de Second Lifers. Het rapport dat De Nood voor het EPN heeft geschreven is een poging om feitelijke kennis over Second Life te produceren. Voor het onderzoek zijn in de virtuele omgeving Second Life enquêtes uitgedeeld, waar vervolgens op gereageerd is. Er is een poging gedaan om objectiviteit te waarborgen door verschillen enquêteurs in te zetten die op verschillende locaties in tijd en ruimte questionnaires uitdeelden. In hoeverre de resultaten van dit onderzoek representatief zijn voor Second Life in zijn geheel is dus niet met zekerheid te zeggen, maar de objectiviteit is volgens De Nood in ieder geval groter dan in de tendentieuze stukken die in de media worden verspreid. De antwoorden die de gebruikers gaven zijn naast eenzelfde questionnaire gelegd die beantwoord isdoor een doorsnede van de bevolking.
Uitkomsten
Uit het onderzoek is gebleken dat de gebruikers van Second Life betrekkelijk weinig verschillen van de gemiddelde mensen in de samenleving. De vele voorbeelden van deze uitslag zal ik hier niet herhalen, aangezien die terug te vinden zijn in de tekst.
Discussie
Het college werd voor mij pas interessant toen we aankwamen bij de verschillende stellingen die De Nood had voorbereid. Hij liet steeds de stelling zien en gaf daarna wat contextuele informatie, waarna wij (de studenten) mochten reageren. Ik zal hieronder enkele stellingen en de bijbehorende discussies bespreken.
"Mensen die veel tijd in virtuele werelden doorbrengen, zijn vaak in het 'echte' leven niet zo succesvol."
Deze stelling leidde tot uiteenlopende reacties, waarbij ook de vraag of oefenen in Second Life kan helpen in het echte leven de revue passeerde.
"De virtuele economie zal een enorme impact hebben op de echte economie."
Over deze stelling werd het heftigst gedebatteerd. Zo was Erik van mening dat luxe goederen geen waarde hebben in vergelijking tot primaire behoeften en virtuele goederen geen reële waarde hebben terwijl ik denk dat de tijd die in het creëren/verzamelen van virtuele goederen wordt gestoken evenveel waarde heeft als de tijd die wordt besteed aan het verkrijgen van reële goederen. De virtuele economie is dus niet los te zien van de reële economie, al helemaal aangezien de Euros op de bank net zo virtueel zijn als de Linden-Dollars in Second Life.
Evaluatie
Ik vond het college van David de Nood behoorlijk interessant, maar miste wel een eigen inbreng van zijn kan t in de discussies. Het is duidelijk dat De Nood niet veel afstand weet te nemen van zijn onderzoeksobject; soms lijkt hij meer een evangelist dan een wetenschapper. De opzet stelling-context-discussie was mij wel naar de zin. Tenslotte is de invloed van nieuwe media op Second Life lastig te omschrijven omdat Second Life zonder nieuwe media überhaupt niet kan bestaan. Kortom, een interessant college waar de spreker wat meer weerwoord had verdiend.
